NEWSFLASH: Verplichte outplacementbegeleiding bij medische overmacht (contractuelen)

NEWSFLASH: Verplichte outplacementbegeleiding bij medische overmacht (contractuelen)

2 mei 2019

In onze nieuwsbrief van 18 december 2018 beloofden wij u verder op de hoogte te houden omtrent de regelgeving rond de re-integratie van arbeidsongeschikte contractuele personeelsleden. Zo gezegd, zo gedaan.
Met de invoering van de verplichte re-integratieprocedure wenste de wetgever langdurig zieken terug naar de werkvloer te helpen. Uit cijfers blijkt nu dat deze procedure onvoldoende efficiënt is, zo schrijft De Tijd (“Begeleiding zieken naar werk komt moeizaam van de grond”, 18 april 2019).
Te vaak wordt de figuur van medische overmacht zonder meer gebruikt om “kom af te maken” met arbeidsongeschikte werknemers. De wet van 7 april 2019 moet de gevolgen dan ook verzachten.

Figuur van medische overmacht

Met de wet van 20 december 2016 werd artikel 34 toegevoegd aan de Wet op de Arbeidsovereenkomsten. Voormeld artikel voert de figuur van medische overmacht opnieuw in. Reeds eerder schreven we echter dat overheden slechts beroep kunnen doen op de beëindigende medische overmacht in hun relatie met het contractueel personeel nadat het re-integratietraject is beëindigd.

Tot voor de komst van de nieuwe wet van 7 april 2019 werd geoordeeld dat er bij medische overmacht geen sprake diende te zijn van de toepassing van maatregelen die normalerwijze gepaard gaan met een ontslag, zoals bijvoorbeeld een outplacementbegeleiding. Een beëindiging van de arbeidsrelatie wegens (medische) overmacht wordt immers niet beschouwd als een 'gewoon' ontslag, aangezien een overmachtssituatie ontstaat buiten de wil van beide partijen en geen van de partijen schuld treft.

Outplacementbegeleiding

Met de komst van de wet van 7 april 2019 wordt een uitzondering gemaakt op voormelde redenering.

Voortaan hebben werknemers aan wiens arbeidsovereenkomst een einde komt door medische overmacht wel recht op een outplacementbegeleiding.

De wet van 7 april 2019 beschouwt als “outplacementbegeleiding”: “een geheel van begeleidende diensten en adviezen op maat van een werknemer met een gezondheidsproblematiek die, in opdracht van een werkgever, door een dienstverlener worden verleend, om die werknemer in staat te stellen zelf binnen een zo kort mogelijke termijn een betrekking bij een nieuwe werkgever te vinden of een beroepsbezigheid als zelfstandige te ontplooien”.

De werkgever dient dit outplacementaanbod uiterlijk binnen een termijn van vijftien (15) dagen na de beëindiging van de overeenkomst te doen. De wet legt bijkomend nog enkele voorwaarden op:

• Het aanbod dient schriftelijk te gebeuren;
• Het aanbod moet ter waarde van 1800 euro zijn;
• Het aanbod moet op maat van de arbeidsongeschikte werknemer zijn.

Reageert de werknemer niet schriftelijk binnen de vier (4) weken na het aanbod, vervalt zijn recht op outplacementbegeleiding.

Stemt de werknemer wél tijdig in met het aanbod (schriftelijk), dan heeft hij recht op een outplacementbegeleiding van minstens dertig (30) uren gedurende een periode van drie (3) maanden vanaf zijn instemming. In het geval dat de werknemer binnen die periode van drie maanden nieuw werk vindt en hij zijn voormalige werkgever daarvan op de hoogte brengt, kan hijzelf de outplacementbegeleiding stopzetten. Als nadien het contract met de nieuwe werkgever wederom beëindigd wordt binnen de drie maanden na de indiensttreding, kan het outplacementprogramma op zijn verzoek hervat worden voor de nog overblijvende uren. In elk geval eindigt de outplacementbegeleiding na een periode van zes maanden nadat zij werd aangevat.

De wet van 7 april 2019 trad in werking op 29 april 2019.

Mocht u hierover nog bijkomende vragen hebben, is GD&A Advocaten steeds bereid u bij te staan en te adviseren.

Auteur: Lisa Van Landschoot

Meer info?
Contacteer Gitte Laenen

Advocaat-vennoot
t 015/40 49 40 of gitte.laenen@gdena-advocaten.be