Belasting op tweede verblijven in strijd met gelijkheidsbeginsel: Gemeente Koksijde in cassatie tegen arresten Hof van Beroep van Gent

Belasting op tweede verblijven in strijd met het gelijkheidsbeginsel: Gemeente Koksijde gaat in cassatie tegen arresten Hof van Beroep van Gent

De gemeente Koksijde legt zich niet neer bij de rechtspraak van het Hof van Beroep van Gent. In twee gelijklopende arresten van 12 maart 2013 en 16 april 2013 had dit Hof geoordeeld dat de belasting op tweede verblijven van de gemeente Koksijde strijdig is met het grondwettelijk gewaarborgd gelijkheidsbeginsel.  De gemeente Koksijde heeft beslist om cassatieberoep aan te tekenen tegen die arresten.

De gemeente Koksijde wil een definitieve uitspraak bekomen in verband met de aanhoudende heisa op de belasting op de tweede verblijven, waarvan er 85.000 aan de kust zijn.

Alle tien de kustgemeentes heffen een belasting op tweede verblijven. De eigenaars van deze tweede verblijven moeten op jaarbasis tussen 595 en 1.000 euro betalen. Deze heffing komt boven op de onroerende voorheffing die alle eigenaars van een onroerend goed afdragen. Om de belasting op tweede verblijven te verantwoorden wijzen de lokale besturen erop dat de eigenaars een beroep doen op de gemeentelijke dienstverlening.

De gemeentebelasting op tweede verblijven wordt gebruikt als een soort compensatie voor de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting. Zeker in toeristische gemeenten worden door de gemeente heel wat inspanningen geleverd voor personen die niet zijn ingeschreven in de bevolkingsregisters van de gemeente maar die er toch vaak verblijven en dus ook gebruik maken van de gemeentelijke infrastructuur en de dienstverlening. Wie niet is ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente wordt er ook niet aangeslagen in de aanvullende personenbelasting.


Arresten van 12 maart 2013 en 16 april 2013 van het Hof van Beroep van Gent

Tegen deze achtergrond moeten de twee arresten van 12 maart 2013 en 16 april 2013 van het Hof van Beroep van Gent worden bekeken. In deze arresten oordeelde dit Hof dus dat de belasting op tweede verblijven van de gemeente Koksijde in strijd is met het grondwettelijk gewaarborgd gelijkheidsbeginsel.

In deze zaken voerde de belastingplichtige met betrekking tot de belasting op tweede verblijven aan dat het belastingreglement het gelijkheidsbeginsel schendt door een niet toegelaten onderscheid te maken tussen hoofdverblijf en tweede verblijf en door een niet toegelaten onderscheid te maken tussen eigenaars van tweede verblijven.

De belastingplichtige stelde dat het belastingreglement van de gemeente Koksijde de eigenaars van tweede verblijven discrimineert aangezien het verschil tussen eigenaars van tweede verblijven die niet gedomicilieerd zijn op dit verblijf en de eigenaars die wel gedomicilieerd zijn in de gemeente Koksijde, zonder redelijke verantwoording is, minstens niet pertinent in het licht van het te bereiken doel.

De gemeente Koksijde verantwoordde haar belasting op tweede verblijven in de aanhef van het gemeentereglement door de overweging dat het gemeentebestuur jarenlange inspanningen doet om het openbaar domein te verfraaien, zodat de aantrekkelijkheid van de badplaats vergroot. Deze investeringen in het openbaar domein en in de groenaanplantingen zijn voornamelijk te situeren in de zones waar de meeste tweede verblijven gesitueerd zijn. Bovendien geven de niet-permanent bewoonde eigendommen aanleiding tot een grotere zorg voor de veiligheid en de openbare ruimte, hetgeen ook zijn financiële weerslag op de gemeentebegroting heeft.

De Rechtbank van Eerste Aanleg van Brugge gaf de gemeente Koksijde gelijk en stelde dat er een pertinente verantwoording is voor de verschillende behandeling van, enerzijds, eigenaars van tweede verblijven die niet gedomicilieerd zijn op dit verblijf en, anderzijds, de eigenaars die wel gedomicilieerd zijn in de gemeente (Rb. Brugge 4 januari 2012 (Koksijde), L.R.B. 2012, nr. 2-3, 79; Zie ook: Rb. Brugge 16 juni 2008, nr. 05/3633/A (Nieuwpoort), L.R.B. 2008, afl. 2, 106)

Volgens de Rechtbank van Eerste Aanleg van Brugge maakte de belastingplichtige hier een vergelijking tussen een categorie van gebruikers van de infrastructuur en diensten van de gemeente Koksijde die, gezien de aard en het doel van de belasting, namelijk een financiële bijdrage te vragen van de eigenaars van wat objectief als een tweede verblijf moet worden beschouwd, niet vergelijkbaar zijn met de eigenaars van de tweede verblijven zodat er volgens de rechtbank in dat opzicht dan ook geen schending van het gelijkheidsbeginsel zou zijn.
In twee eerdere vonnissen stelde deze Rechtbank dat de belasting op tweede verblijven en de overige gemeentebelastingen (bv. algemene milieubelasting) op het vlak van hun aard, doel en gevolgen niet afdoende met elkaar kunnen worden vergeleken. Volgens de rechtbank wordt het gelijkheidsbeginsel aldus door de belasting op tweede verblijven niet geschonden gezien de belasting op tweede verblijven bovenal een forfaitaire weeldebelasting is op het gebruik van een luxegoed, die geheven wordt ongeacht het globaal belastbaar inkomen van de belastingplichtige zodat er geen ongeoorloofd en onredelijk onderscheid wordt gemaakt tussen tweede verblijvers en de eigen ingezetenen van de gemeente. (Rb. Brugge 23 april 2007, nr. 05/2073/A (Middelkerke), L.R.B. 2007, afl. 4, 219; Rb. Brugge 5 februari 2007 (Spiere-Helkijn), L.R.B. 2007, afl. 1-2, 104)

Uit de twee recente arresten van 12 maart 2013 en 16 april 2013 blijkt dat het Hof van Beroep van Gent het  niet eens is met de visie van de Rechtbank van Eerste Aanleg. Het Hof meent dat er op zich geen objectieve reden is om de kosten ter dekking waarvan het belastingreglement een belasting wil heffen, uitsluitend ten laste van de eigenaars van tweede verblijven te innen en niet ten laste van de eigen inwoners. Zowel de verfraaiing van de badplaats als de zorg voor de veiligheid en de open ruimte op het grondgebied van de gemeente komen immers in principe aan allen die zich op het grondgebied van de gemeente bevinden ten goede. In elk geval is niet aangetoond dat de eigenaars van tweede verblijven meer dan anderen aanleiding geven tot het maken van die kosten, noch dat dezen daar meer voordeel uit halen of gebruik van maken.

Volgens dit Hof is wel mogelijk dat het uitsluitend belasten van de eigenaars van tweede verblijven verantwoord is om een bepaald onevenwicht weg te werken, dat anders zou blijven bestaan in de mate waarin voldoende vergelijkbare personen (eigenaars van tweede verblijven, enerzijds, en vaste inwoners, anderzijds) hun bijdrage leveren tot de kosten ter dekking waarvan het belastingreglement een belasting heft.

Hiermee sluit het Hof aan bij een evolutie binnen de rechtspraak en rechtsleer waarbij compenserende heffingen steeds meer worden toegejuicht (cfr. belasting op rechtspersonen) (Zie o.m. Cass. 4 januari 2002, L.R.B. 2002, 91, noot M. DE JONCKHEERE; Cass. 4 oktober 2007, L.R.B. 2008, nr. 1, 9-10 en T.F.R. 2008, 937-938). De aanvullende belasting op de personenbelasting (en de dotatie uit het gemeentefonds) is een zeer belangrijke bron van inkomsten voor de gemeente. Het gelijkheidsbeginsel impliceert dat elkeen die van de gemeentelijke dienstverlening gebruik kan maken, ook bijdraagt in de financiering ervan. Aangezien de vaste inwoners van de gemeente belastingen  betalen die worden gebruikt voor de financiering van de gemeentelijke uitgaven, moeten ook de eigenaars van tweede verblijven op het grondgebied van de gemeente kunnen worden belast.

Evenwel lijkt de Raad van State nog enigszins dwars te liggen gezien zij het al dan niet betalen van aanvullende belasting op de personenbelasting als een niet-pertinent criterium verwerpt. Volgens de rechtsleer is de rechtspraak van de Raad van State die dergelijke compenserende heffingen niet wettelijk achtte om reden dat een dergelijk onderscheid het gevolg is van een door de gemeente vrijelijk gemaakte keuze om al dan niet aanvullende belasting op de personenbelasting te heffen, niet houdbaar gezien de aanvullende belasting op de personenbelasting voor de meeste gemeenten één van de belangrijke financieringsbronnen is. Het al dan niet heffen van deze belasting is daardoor eerder een noodzaak dan het gevolg van een vrije keuze. (R.v.St. 8  juni 2011, nr. 213.750, L.R.B. 2011, nr. 4, 64)

Ter zake zag het Hof met betrekking tot de belasting op tweede verblijven van de gemeente Koksijde geen dergelijk onevenwicht. De gemeente Koksijde kiest ervoor om geen aanvullende  gemeentebelasting op de personenbelasting te heffen. Wel heft zij opcentiemen op de onroerende voorheffing, maar deze zijn in dezelfde mate verschuldigd door de eigenaars van tweede verblijven als door vaste inwoners.

Volgens het Hof van Beroep van Gent weerlegt de gemeente Koksijde door een (vermeende) lagere uitkering van het Gemeentefonds en lagere subsidies voor het stimuleren van het cultuurbeleid in te roepen, de vaststelling niet dat er geen onevenwicht is tussen eigenaars van tweede verblijven, enerzijds, en vaste inwoners, anderzijds. Afgezien van het feit dat die motivering niet voorkomt in het belastingreglement en ook niet in enig ander document dat bij de vorming en stemming van het reglement in rekening werd genomen, kan de gemeente Koksijde niet beweren dat haar bewoners al geacht worden via de dotatie van het Gemeentefonds bij te dragen in de kosten van verfraaiing van het openbaar domein en van de zorg voor veiligheid en de openbare ruimte, terwijl dat voor eigenaars van tweede verblijven niet het geval zou zijn. De bijdragen die de gemeente ontvangt vanwege het Gemeentefonds worden immers niet louter en alleen bepaald op basis van het aantal inwoners. Het Hof geeft vervolgens een uitvoerige beschrijving van de werking van het Gemeentefonds om dat te staven.

Het Hof besluit aldus tot strijdigheid van het Koksijdse belastingreglement op tweede verblijven met het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod bepaald in de artikelen 10 en 11 G.W. en verklaart dat reglement dan ook buiten toepassing overeenkomstig artikel 159 G.W..

Draagwijdte van de arresten van 12 maart 2013 en 16 april 2013 van het Hof van Beroep van Gent: Gemeentebelasting op tweede verblijf alleen in Koksijde discriminerend ?

Het is niet zo dat het Hof van Beroep van Gent alle gemeentelijke belastingen op tweede verblijven als strijdig met het gelijkheidsbeginsel zal beschouwen.

In de betreffende rechtspraak wordt o.i. vooreerst tamelijk veel de nadruk gelegd op het compenserende doel van de belasting op tweede verblijven met als gevolg dat er een probleem rijst wanneer er niets moet worden gecompenseerd.

Omtrent de argumentatie van de gemeente Koksijde dat het gemeentebestuur jarenlange inspanningen heeft gedaan om het openbaar domein te verfraaien, zodat de aantrekkelijkheid van de badplaats vergroot wordt en dat deze investeringen in het openbaar domein en in de groenaanplantingen voornamelijk te situeren zijn in de zones waar de meeste tweede verblijven gesitueerd zijn, en dat de niet-permanent bewoonde eigendommen aanleiding geven tot een grotere zorg voor de veiligheid en de openbare ruimte, hetgeen ook zijn financiële weerslag op de gemeentebegroting heeft, stelt het Hof dus dat niet is aangetoond dat de eigenaars van tweede verblijven meer dan anderen aanleiding zouden geven tot het maken van deze kosten, noch dat zij daar meer voordeel uit halen of gebruik van maken.

Rekening houdende met voormelde recente rechtspraak van het Hof van Beroep van Gent  is evenwel van belang dat duidelijk kan worden aangetoond dat de eigenaars van tweede verblijven meer dan anderen aanleiding geven tot het maken van deze kosten, en dat zij daar meer voordeel uit halen of gebruik van maken. Het verdient derhalve aanbeveling om na te gaan of hiertoe het nodige onderbouwende bewijsmateriaal voor kan worden gevonden.

Verder mag men ook niet uit het oog verliezen dat de belasting op tweede verblijven bovenal een forfaitaire weeldebelasting is op het gebruik van een luxegoed die geheven wordt ongeacht het globaal belastbaar inkomen van de belastingplichtige. Hieruit blijkt volgens voormelde rechtspraak van de Rechtbank van Eerste Aanleg van Brugge dat er geen ongeoorloofd en onredelijk onderscheid wordt gemaakt tussen tweede verblijvers en de eigen ingezetenen van de gemeente.

Verder betreffen deze recente uitspraken van het Hof van Beroep van Gent de gemeente Koksijde die één van de weinige gemeenten in België is die geen aanvullende gemeentebelastingen op de personenbelasting vestigen.


Gemeente Koksijde naar Cassatie voor belasting op tweede verblijven

Tegen deze spectaculaire arresten heeft de gemeente Koksijde nu een voorziening in cassatie ingesteld. Het is nu dus afwachten welke stelling het Hof van Cassatie zal innemen.

Meer info?

Contacteer Steven MICHIELS
Advocaat-vennoot
Tel 015/40.49.40 of steven.michiels@gdena-advocaten.be