Grondwettelijk Hof vernietigt de bestuurlijke lus bij Raad voor Vergunningsbetwistingen

Grondwettelijk Hof vernietigt de "bestuurlijke lus" bij Raad voor Vergunningsbetwistingen

Na de vernietiging van de bepalingen aangaande het “sociaal woonaanbod” en het “wonen in eigen streek” zoals bepaald in het decreet van 27 maart 2009 betreffende het Grond- en Pandenbeleid (DGPB) heeft het Grondwettelijk Hof opnieuw decretale bepalingen vernietigd in de ruimtelijke ordening en stedenbouw.

Op 8 mei 2014 bij arrest nr. 74/2014 heeft het Grondwettelijk Hof immers de bepalingen omtrent de bestuurlijke lus vernietigd  zoals bepaald in de artikels 4.8.4 en 4.8.24 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening (VCRO).

De bestuurlijke lus voorzag in een mogelijkheid voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen om in elke stand van het geding met een tussenarrest de vergunningverlenende overheid te bevelen om binnen een bepaalde termijn een onregelmatigheid in de bestreden beslissing te remediëren of te laten remediëren.

De bestuurlijke lus had als ambitie om onnodige  nieuwe  procedures  te  voorkomen, tijdwinst te boeken en meer en sneller rechtszekerheid te bieden.

De bestuurlijke lus werd aangevochten voor het Grondwettelijk Hof door een aantal vzw's actief rond het Oosterweeldossier alsook door een aantal private personen. Deze beroepen tot vernietiging werden door het grondwettelijk Hof ingewilligd.

Het Grondwettelijk Hof had drie fundamentele bezwaren aangaande de bestuurlijke lus. De bestuurlijke lus zou namelijk vooreerst afbreuk doen aan het beginsel van onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter, ten tweede een schending inhouden van de rechten van de verdediging alsook ten derde afbreuk doen aan de formele motiveringsplicht.

Afbreuk aan het beginsel van onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter

De Raad voor Vergunningsbetwistingen beveelt de bestuurlijke lus slechts wanneer de toepassing hiervan niet tot een andere beslissing zou leiden. Een dergelijke veruitwendiging van haar standpunt over de uitkomst van het geschil doet afbreuk aan het beginsel van onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter.

De miskenning van de rechten van verdediging, het recht op tegenspraak en het recht tot toegang tot de rechter

De bestuurlijke lus kon “in elke stand van het geding” worden toegepast.

Het Grondwettelijk Hof stelde evenwel dat over elk element dat ertoe strekt de beslechting van een geschil te beïnvloeden, dus ook over de toepassing bestuurlijke lus zelf, een voorafgaandelijk tegensprekelijk debat dient gevoerd te kunnen worden. Dit was in casu niet voorzien in de wet.

Ook het ontbreken van de mogelijkheid tot het instellen van een beroep tegen de beslissing tot toepassing van de bestuurlijke lus werd strijdig bevonden met het recht op toegang tot de rechter.

Het Grondwettelijk Hof stelt bijgevolg dat door het niet te voorzien in een op tegenspraak gevoerd debat en door niet te voorzien in een beroepsmogelijkheid tegen de beslissing die met toepassing van de bestuurlijke lus werd genomen, de bestreden bepalingen van de VCRO op discriminerende wijze afbreuk doen aan de rechten van de verdediging, het recht op tegenspraak en het recht op toegang tot de rechter.

De miskenning van de formele motiveringsplicht

Tot slot oordeelde het Grondwettelijk Hof dat, aangezien de bestuurlijke lus toestaat om een individuele bestuurshandeling die niet is gemotiveerd alsnog van de vereiste motivering te voorzien, zij de schending inhoudt van het bij wet uitdrukkelijk gewaarborgde recht van de rechtsonderhorigen om onmiddellijk kennis te nemen van de motieven die de beslissing verantwoorden door de vermelding ervan in de handeling zelf. Op deze wijze wordt de rechtsbescherming die de Formele Motiveringswet van 29 juli 1991 biedt uitgehold. Dit aangezien er middels toepassing van de bestuurlijke lus toegestaan zou kunnen worden om de motieven van de beslissing pas in de loop van een procedure voor de Raad voor Vergunningsbeslissingen bekend te maken.

Daarenboven merkt het Grondwettelijk Hof op dat regeling van de bestuurlijke lus, wat de kosten van het geding betreft, eveneens een schending inhoudt van het gelijkheidsbeginsel.

Luidens de algemeen geldende bepalingen legt de Raad voor Vergunningsbetwistingen in zijn uitspraak “het geheel of een deel van de kosten ten laste van de partij die ten gronde in het ongelijk gesteld wordt”.

Bij toepassing van de bestuurlijke lus is het evenwel niet uitgesloten dat de vordering van verzoeker, na de herstelling van de bestreden beslissing, uiteindelijk zou worden verworpen. In dit geval zouden de kosten van het beroep hem vooralsnog geheel of gedeeltelijk ten laste kunnen worden gelegd. Dit luidens artikel 4.8.28, § 2, derde lid, VCRO.

Het Grondwettelijk Hof oordeelde dat een dergelijke verschil in behandeling tussen twee categorieën van rechtzoekenden afbreuk doet aan de gelijke toegang tot de rechter.

Het Grondwettelijk Hof vernietigt artikel 4.8.4 VCRO wat betreft de bestuurlijke lus alsook artikel 4.8.28 VCRO dewelke de kosten regelt en dit  met onmiddellijke ingang en retroactieve werking.

De vraag die zich nu stelt is of de bestuurlijke lus voor de Raad van State niet hetzelfde lot beschoren is , daar zij op een zelfde leest geschoeid is.

Wat er nu dient te gebeuren met vergunningen die verleend zijn in procedures met toepassing van de bestuurlijke lus is eveneens koffiedik kijken, vanuit rechtszekerheidsoogpunt rijzen hier mogelijkerwijs problemen.

Wij volgen dit verder op en berichten u bij verdere evoluties.

 Meer info?
Contacteer:

 Tom Swerts
Advocaat - vennoot
015/40.49.40 of tom.swerts@gdena-advocaten.be