Bijzondere belastinginspectie bij de lokale besturen

Bijzondere belastinginspectie bij de lokale besturen: een brug te ver

De Vlaamse lokale besturen reageren verbaasd op het persbericht van de Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten VVSG van 17 juni 2014 met als titel “Bijzondere Belastinginspectie pleegt hold-up op Vlaamse gemeenten”, waarin wordt bekend gemaakt dat de Vlaamse centrumsteden de Bijzondere Belastinginspectie over de vloer kregen in verband met de roerende voorheffing op de “inkomsten uit verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen”.

Het gegeven dat steden en gemeenten en OCMW's door de fiscus worden aangesproken om roerende voorheffing af te dragen op deze ontvangsten is niet recent. Reeds een tweetal jaren worden talrijke lokale besturen verzocht om deze roerende voorheffing te voldoen. Sommige besturen betaalden gedwee, anderen verzetten zich in een procedure.

De lokale besturen zijn niet gekant tegen controles en een correcte toepassing van de fiscale wetgeving. Steden en gemeenten zijn zich als overheden, die zelf over een belastingheffende bevoegdheid beschikken, immers goed bewust van het belang van de correcte toepassing van de fiscale regelgeving.

Fraudejagers

Het feit dat nu ook het keurkorps van de fiscus tegen de lokale besturen wordt ingezet, lijkt een nieuw dieptepunt te zijn in de reeds vertroebelde relatie tussen de lokale besturen en de federale overheid.

Op de website van de BBI wordt de opdracht van deze Administratie immers als volgt samengevat:

“De BBI heeft als opdracht de grote, georganiseerde fiscale fraude te bestrijden. Aldus is de BBI bevoegd om over te gaan tot de verificatie van de fiscale toestand van alle belastingplichtigen en dit voor alle belastingen, rechten en taksen waarvan de federale Staat de vestiging, de controle of de inning verzekert.

Conform haar "kernopdracht" legt de BBI zich hoofdzakelijk toe op het onderzoek van fraudezaken die verband houden met de georganiseerde economische en financiële delinquentie, inzonderheid die betreffende

a.een inbreuk verbonden met belangrijke en georganiseerde fiscale fraude waarbij ingewikkelde mechanismen worden aangewend of waarbij gebruik wordt gemaakt van procédés met internationale dimensie (bijv. carrousels)

b.financiële zwendel

c.misbruik van maatschappelijke goederen

d.het organiseren van insolvabiliteit.”.

Het inzetten van de BBI lijkt dan ook ofwel een foute inschatting van de lokale besturen ofwel een weinig efficiënt inzetten van overheidsmiddelen en -personeel.

De procedures tussen de lokale besturen en de federale overheid stapelen zich op. Denken we maar aan het dossier Verkeersveiligheidsfonds, het dossier Bijkomende federale toelage politiezones, het dossier Vakantiegeld politie,...

Oplossingen

Er leek nochtans hoop te bestaan op een oplossing in de vorige federale legislatuur, maar die initiatieven lijken stil gevallen.

De VVSG heeft met de verschillende opeenvolgende ministers van Financiën Vanackere en Geens overleg gepleegd teneinde tot een oplossing voor deze problematiek te komen. Deze gesprekken leken bemoedigend, maar mochten nog niet uitmonden in concrete maatregelen ten behoeve van de lokale besturen.

Daarnaast zijn er ook de diverse wetgevende initiatieven van senatoren Dirk Claes en Guido De Padt, die als gevolg van de ontbinding van de kamers niet meer tijdig voor de verkiezingen konden worden behandeld.

Deze problematiek zal ongetwijfeld op de onderhandelingstafel belanden bij de vorming van een nieuwe federale regering.

GD&A advocaten volgt als partner van lokale besturen deze problematiek op de voet.


Auteur: Mr. Steven MICHIELS, advocaat-vennoot

Meer info?

Contacteer Steven MICHIELS
Advocaat-vennoot
Tel 015/40.49.40 of steven.michiels@gdena-advocaten.be