Europees Hof van Justitie veroordeelt BelgiŽ wegens het niet-nakomen van de Richtlijn 91/271/EEG m.b.t. de behandeling van het stedelijk afvalwater

Europees Hof van Justitie veroordeelt België wegens het niet-nakomen van de Richtlijn 91/271/EEG m.b.t. de behandeling van het stedelijk afvalwater

Mr. Nathalie MORTELMANS

Reeds in 2004 werd België op de vingers getikt door het Europees Hof van Justitie. Recent, op 17 oktober 2013 heeft het Hof België een tweede maal veroordeeld, ditmaal met een fikse boete van 10 miljoen euro en het risico op een dwangsom van 859.404 euro per tijdvak van zes maanden tot gevolg. Aangezien tot op heden enkel het Waalse gewest nog niet in overeenstemming is met de Richtlijn, dient te vraag te worden gesteld welke verdeelsleutel tot betaling van de financiële sanctie zal worden gehanteerd. Bovendien dient te worden nagegaan wat de mogelijke gevolgen kunnen zijn voor de lokale besturen.

Tweede veroordeling

Bij arrest van 8 juli 2004 heeft het Europees Hof van Justitie België voor een eerste maal veroordeeld omdat het de Richtlijn 91/271/EEG m.b.t. de behandeling van het stedelijk afvalwater niet binnen de voorziene omzettingstermijn had uitgevoerd. Het Hof oordeelde dat België in geen van de agglomeraties met meer dan 10.000 inwonersequivalenten (i.e.) die het afvalwater lozen in kwetsbaar gebied over toereikende systemen beschikte voor de opvang en de behandeling van stedelijk afvalwater.

Aangezien deze veroordeling van het Hof niet geheel werd nageleefd, verzocht de Europese Commissie het Hof in 2010 België te beboeten, overeenkomstig de procedure zoals vervat in artikel 260 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Op dat moment bleven de agglomeratie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 1 Vlaamse en 21 Waalse agglomeraties nog steeds in gebreke. (Voor een bespreking van de procedure door de Europese Commissie teneinde de in gebreke blijvende staat te beboeten, zie onze nieuwsbrief van juli 2010, nummer 27.)

De jaren nadien hebben de grote agglomeraties in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voorzien in de noodzakelijke opvang- en behandelingssystemen. Gedurende de procedure beek dat enkel nog vijf Waalse agglomeraties  - meer bepaald Amay, Malmedy, Herve, Bastogne-Rhin en Luik-Sclessin - niet de vereiste maatregelen hadden genomen.

Bijgevolg werd de federale staat België op 17 oktober 2013 door het Hof veroordeeld tot een geldboete van 10 miljoen euro. Het Hof was van oordeel  dat de niet-nakoming van ongeveer negen jaar overdreven lang is, doch merkte het Hof daarbij op dat de te uit te voeren werken op zich een significante periode van meerdere jaren vergden en dat de uitvoering van de werken reeds vergevorderd is, zelfs nagenoeg voltooid.

Bovendien werd door het Hof een dwangsom opgelegd ten belope van 4.722 euro/ dag. De daadwerkelijk te betalen dwangsom wordt per tijdvak van zes maanden berekend en is verschuldigd vanaf de datum van de uitspraak, dit is 17 oktober 2013, tot de dag dat er volledig aan de verplichtingen is voldaan. Per tijdvak van zes maanden hangt de Belgische Staat in principe een dwangsom van 859.404 euro boven het hoofd, doch zal er bij het daadwerkelijk te betalen bedrag rekening worden gehouden met de inwonersequivalenten dat reeds aan de verplichtingen voldoet.

Wie zal dit moeten betalen?

Voldoet een overheid niet aan de Europeesrechtelijke verplichtingen dan is deze aansprakelijk voor de schade die hierdoor wordt veroorzaakt. Het begrip 'overheid' dient hierbij ruim te worden geïnterpreteerd en betreft iedere instantie die ook met een publieke taak is belast en hierover bijzondere bevoegdheden beschikt.
Aangezien het Europees Hof van Justitie de federale staat België een financiële sanctie heeft opgelegd op grond van een schending van de Europese regelgeving die betrekking heeft op een gewestaangelegenheid, met name waterzuivering, stelt zich mogelijks een probleem met het betalen van de financiële sanctie. 
Het is echter onduidelijk welke verdeelsleutel in deze zaak dient te worden gehanteerd, rekening houdend met het Vlaamse en Brussels Hoofdstedelijk gewest die ondertussen volledig aan de verplichtingen voldoen.
Eveneens dient een eventuele regresmogelijkheid naar de lokale besturen toe nauwlettend te worden opgelegd.
In de ophefmakende zaak Fratelli - Constanzo besliste het Hof van Justitie dat de gemeente Milaan als onderdeel van de lidstaat Italië een rechtstreeks werkende richtlijn bepaling diende toe te passen (HvJ 22 juni 1989, C-103-88, Fratelli Constanzo/ Gemeente Milaan.) 

Ook de steden en gemeenten lijken een belangrijke rechtstreekse verantwoordelijkheid te dragen bij de correcte toepassing vaan de Europese Richtlijn inzake behandeling van stedelijk afvalwater, namelijk voor wat de gemeentelijke rioleringsinfrastructuur betreft.

De betrokken (decentrale) actoren zullen de regeling die de federale overheid zal dienen uit te werken met het oog op het inlossen van de financiële sanctie, dan ook bij voorkeur nauwlettend blijven volgen.

Meer info?

Contacteer Tom SWERTS
Advocaat-vennoot
Tel 015/40.49.40 of tom.swerts@gdena-advocaten.be