Is een fiscale regularisatie nu nog zinvol?

Is een fiscale regularisatie nu nog zinvol?

Deze zomer meldde de pers een stormloop bij het Contactpunt regularisaties als gevolg van het aflopen van de mogelijkheid tot fiscale regularisatie binnen de zogenaamde “eerste fase” op 14 juli 2013. Er werd immers alom beweerd dat een regularisatie duurder zou worden in de “tweede fase” vanaf 15 juli 2013 tot 31 december 2013. Men kan zich afvragen of deze stormloop terecht was. Of zijn er omstandigheden waarin het beter was te wachten tot de tweede fase?

Bij een fiscale regularisatie moet in principe de belasting worden betaald, die ook oorspronkelijk verschuldigd was. Bij overige inkomsten, zoals roerende voorheffing, werd in de eerste fase het toepasselijke percentage verhoogd met tien procentpunten (15% RV werd 25% en 25% RV werd 35%). Bij de regularisatie van bijvoorbeeld beroepsinkomsten en btw gold geen enkele verhoging.

In de tweede fase wordt op alle niet fiscaal verjaarde bedragen bovenop de initieel verschuldigde belasting een boete van 15% toegepast. Dit lijkt op het eerste zicht nadeliger dan een regularisatie tijdens de eerste fase.

Bij een fiscale regularisatie in de eerste fase was niet wettelijk bepaald voor welke periode men moest realiseren. In de praktijk bleef de regularisatie dan ook meestal beperkt tot de periode van 7 aanslagjaren waar de fiscus nog “aan kon”. De kostprijs van een regularisatie bleef dan ook vaak beperkt omdat fiscaal verjaarde bedragen eenvoudig buiten beschouwing werden gelaten.  Dit had dan evenwel tot gevolg dat men op fiscaal vlak wel veilig zat, maar op strafrechtelijk vlak was dit geenszins het geval. De meesten rekenden er op dat het parket de fiscale en witwasmisdrijven uit het verleden niet zou vervolgen. Strafrechtelijke immuniteit had men pas kunnen bekomen nadat men alle bedragen, ook de fiscaal reeds verjaarde, regulariseerde. De kostprijs hiervan viel in de meeste gevallen te hoog uit.

De tweede regularisatiefase biedt hiervoor een oplossing. De wet van 11 juli 2013 voorziet immers in een forfaitaire regularisatiebelasting van 35% op de fiscaal verjaarde bedragen. Deze 35% is als het ware de prijs voor een meer volledige strafrechtelijke immuniteit.

Het tarief van 35% op het fiscaal verjaarde kapitaal lijkt op het eerste zicht een hoog tarief, dat veel geïnteresseerden afschrift. Nochtans moet u er mee rekening houden dat de principieel verschuldigde belasting, die men had moeten betalen tijdens de eerste fase, vaak hoger lag dan 35% als gevolg van de progressieve schijven in de personenbelasting. Bovendien worden naast dit 35%-tarief geen nalatigheidsintresten of boeten toegepast.

We kunnen dus besluiten dat een fiscale regularisatie in de tweede fase (tot 31 december 2013) naast fiscale immuniteit ook een ruimere strafrechtelijke immuniteit verleent en niet noodzakelijk duurder is dan een volledige regularisatie tijden de eerste fase.

Of het zinvol is om nog in de tweede fase (eventueel bijkomend) te regulariseren, moet geval per geval concreet worden bekeken.

Steven Michiels, advocaat-vennoot GD&A Advocaten en docent HUBrussel