grond en panden decreet getoetst door hof van justitie

grond- en pandendecreet getoetst door Hof van Justitie - arrest 8 mei 2013

In het arrest van 8 mei 2013 oordeelde het Europees Hof van Justitie naar aanleiding van een prejudiciële vraag van het Belgisch Grondwettelijk Hof dat een aantal bepalingen in het vier jaar oude Vlaamse decreet betreffende het grond- en pandenbeleid strijdig zijn met de gewaarborgde Europese grondrechten.

Het Hof stelt namelijk dat de maatregel aangaande “het wonen in eigen streek” de fundamentele vrijheden van het vrij verkeer van personen, diensten, en kapitaal beperkt. Volgens het Hof zorgt deze maatregel ervoor dat ten aanzien van bepaalde personen het recht wordt ontzegd om gronden en de daarop opgerichte constructies aan te schaffen of om voor meer dan negen jaar te huren, louter omdat zij een onvoldoende band hebben met de desbetreffende gemeente.

Het grond- en pandendecreet legt immers voorwaarden op aan kandidaat-kopers of huurders van gronden/panden in woonuitbreidingsgebieden in Vlaanderen. Die kandidaat-kopers of huurders dienen een voldoende band met de gemeente aan te tonen waar het woonuitbreidingsgebied in kwestie zich bevindt, op basis van criteria zoals het hebben van een maatschappelijke, familiale, sociale of economische band met die bepaalde gemeente.

De fundamentele vrijheden kunnen volgens het Europees recht slechts uitzonderlijk beperkt worden, indien het invoeren van een beperkende maatregel de verwezenlijking van een doel van algemeen belang rechtvaardigt, op voorwaarde dat de maatregel niet verder gaat dan noodzakelijk.

De door de Vlaamse Regering geboden rechtvaardiging van deze maatregel, met name tegemoet komen aan de woonbehoeften van de minst kapitaalkrachtige endogene bevolking, die anders uit de vastgoedmarkt geprijsd zou worden door de intrede van financieel sterkere personen, biedt volgens het Hof onvoldoende verantwoording voor de opgelegde beperking. De voorwaarden opgenomen in de maatregel houden volgens het Hof immers geen rechtstreeks verband met de vooropgestelde socio-economische doelstellingen.

De maatregel gaat volgens het Hof verder dan noodzakelijk, aangezien er ook minder beperkende regelingen mogelijk zijn, om de vooropgestelde doelstelling van algemeen belang te kunnen bereiken. Men denke bijvoorbeeld aan het toekennen van subsidies voor deze specifieke groep van personen. Bovendien stelt het Hof dat de criteria om te bepalen of er sprake is van een voldoende band met een gemeente, niet objectief zijn.

 

Minstens even belangrijk, vanuit het standpunt van de ruimtelijke ordening bekeken, is het oordeel van het Hof omtrent de andere “sociale maatregel” van het grond- en pandendecreet, de sociale last, opgenomen in boek 4 van het decreet. Het grond- en pandendecreet heeft namelijk tot gevolg dat wanneer een bouw- of verkavelingsvergunning wordt verleend voor verkavelingen of bouwprojecten op percelen groter dan een halve hectare, alsook kleinere percelen waarop ten minste tien woongelegenheden of ten minste vijftig appartementen worden ontwikkeld, dergelijke projecten steeds van rechtswege onderworpen zijn aan de sociale last om met betrekking tot een bepaald percentage van het project een sociaal woonaanbod te verwezenlijken.

Volgens het Hof is deze last een ongeoorloofde beperking van het vrij verkeer van kapitaal, die echter wel kan worden verantwoord door dwingende redenen van algemeen belang, zoals omwille van eisen inzake het beleid omtrent de sociale huisvesting. Het Hof stelt dat het de taak is van de nationale verwijzende rechter om gelet op de omstandigheden van het hoofdgeding te oordelen of deze maatregel voldoende proportioneel is voor de verwezenlijking van het doel van de sociale huisvesting.

Het is nu de beurt aan het Belgisch Grondwettelijk Hof, dat op haar beurt zal moeten oordelen of zij het decreet, al dan niet gedeeltelijk, zal vernietigen. Na een eventuele vernietiging kan de Vlaamse regering beslissen om de gehele regelgeving te schrappen. In dat geval zal het gehele beleid omtrent de “sociale lasten” inzake ruimtelijke ordening moeten worden herzien. Zij kan er echter ook voor kiezen om slechts wat oplapwerk te verrichten en om louter een aangepaste versie van de huidige regelgeving te produceren.

Het staat alleszins vast dat dit arrest de Vlaamse regering dwingt om de “sociale last”-maatregelen van het Vlaamse grond- en pandenbeleid grondig te evalueren.

 

Alisa Konevina en Dimitri Peeters

Zie ook eerder nieuwsbericht op deze website