Nieuwe ‘kwalitatieve’ hervorming van de Raad van State op til

Nieuwe ‘kwalitatieve’ hervorming van de Raad van State op til

De ministerrraad keurde op 26 april 2013 het voorontwerp van wet goed met betrekking tot de hervorming van de bevoegdheid, de procedure en de organisatie van de Raad van State. Een meer doeltreffende, toegankelijke en pragmatische Raad van State.  Dat is hetgeen thans in het vooruitzicht wordt gesteld.

Een Raad van State die niet langer zal kunnen volstaan met een loutere vernietiging, maar een die in de motivering  van het vernietigingsarrest ook aangeeft hoe de betrokken overheid precies moet overgaan tot het verhelpen van de onregelmatigheden die geleid hebben tot de nietigverklaring.

Een Raad van State waaraan zelfs een injunctierecht met het oog op de tenuitvoerlegging van zijn arresten wordt toegekend.  De  niet-naleving van een dergelijke injunctie (om iets al dan niet te doen) zal eventueel worden gevolgd door een veroordeling tot betaling van een dwangsom.

Een Raad, tenslotte, die ook zelf een nieuwe beslissing zal kunnen nemen, die in de plaats komt van de bestreden beslissing. 

De zgn. 'bestuurlijke lus', een figuur ontleend aan onze Noorderburen, moet de Raad toelaten het bestuur ook tijdens de procedure te 'leiden'.  Bij wege van tussenarrest zal hij een voorstel tot herstel van de tekortkoming kunnen formuleren teneinde een schorsing en/of vernietiging alsnog te vermijden.

Het betreffende wetsontwerp breidt ook de bevoegdheid van de Raad tot belangenafweging - die tot nog toe enkel bestond in het overheidsopdrachtencontentieux - uit tot alle bestuurshandelingen.  De mogelijkheid tot beperking van de terugwerkende kracht van annulatiearresten wordt dan weer uitgebreid naar individuele akten.

Opmerkelijk zijn voorts enkele wijzigingen in verband met de ontvankelijkheid van de verzoekschriften.  Zo zal een verzoek tot schorsing onder bepaalde voorwaarden voortaan nog kunnen worden ingediend na het vernietigingsberoep.  Een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zal niet langer moeten worden bewezen opdat het schorsingsberoep ontvankelijk zou zijn.  Deze voorwaarde wordt vervangen door de 'evolutieve voorwaarde van spoedeisendheid'.  Ingeval een rechtspersoon een beroep bij dit hoog gerechtshof wenst in te dienen, wordt de bewijslast omgekeerd: er zal een weerlegbaar vermoeden gelden dat 'de advocaat gemandateerd is door de handelsbekwame persoon die hij beweert te verdedigen'.

Zie ook: persbericht 26 april 2013  

Els GYPEN