Inbreuk Richtlijn 91/271/EEG Stedelijk Afvalwater wordt vervolgd

Inbreuk Richtlijn 91/271/EEG Stedelijk Afvalwater
wordt vervolgd

Op 24 juni 2010 verscheen er een persbericht: de Europese Commissie verwijst België terug naar het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna genoemd 'Hof') voor haar nalaten van het omzetten van de Richtlijn 91/271/EEG met betrekking tot het stedelijk afvalwater (hierna genoemd 'de Richtlijn').

Naar het EU-recht kan de Europese Commissie (hierna genoemd 'Commissie') het Hof vragen de in gebreke blijvende lidstaat een geldboete of een dwangsom op te leggen.

De Commissie maakt in deze zaak dan ook gebruik van haar bevoegdheden en vraagt het Hof om een boete van meer dan 15 miljoen euro op te leggen en een dwangsom van bijna 62 000 euro per dag op te leggen.

Steden en gemeenten in de Europese Unie dienen hun stedelijk afvalwater op te vangen en te behandelen alvorens het te lozen en dit binnen de regels en grenzen vooropgesteld door de voormelde Richtlijn.

Onbehandeld afvalwater kan immers besmet zijn met schadelijke bacteriën en virussen en kan een gevaar vormen voor de volksgezondheid. Ongezuiverd afvalwater vormt dan ook een potentieel gevaar voor de zoetwateren en de kustwateren. Eutrofiëring dreigt het gevolg te zijn; dit is het proces waarbij de nutriënten zoals stikstof en fosfor in het onbehandeld water, het zoet water en het mariene milieu kunnen aantasten omdat ze leiden tot een excessieve groei van algen en daardoor het ander leven verstikt.

Met de richtlijn wordt voornamelijk de biologische behandeling van het afvalwater beoogd. Voor de grotere agglomeraties - waarop de veroordeling door het Hof betrekking heeft - van meer dan 10 000 inwoners  die als kwetsbaar gebied zijn aangeduid - België heeft heel zijn grondgebied als kwetsbaar gebied aangewezen - zijn strengere normen nodig. De Richtlijn schreef voor die grotere agglomeraties een deadline voor die gelegen was op 31 december 1998.

Artikel 258 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (verder: 'VWEU') geeft de Commissie de bevoegdheid om actie te ondernemen tegen een lidstaat die zijn verplichtingen voortvloeiend uit de Verdragen niet nakomt.

Indien de Commissie vaststelt dat er een inbreuk op het EU-recht is gepleegd die ertoe kan leiden dat een inbreukprocedure wordt ingeleid, dan richt ze een eerste geschreven aanmaning aan de lidstaat in kwestie. Deze eerste aanmaning werd in januari 2006 tot België gericht.

Indien die eerste aanmaning geen (afdoende) reactie oplevert, kan de Commissie beslissen een tweede “beredeneerd standpunt” aan de lidstaat te richten (laatste schriftelijke aanmaning). Hierin maakt de Commissie haar standpunt duidelijk omtrent de reden waarom er sprake is van een inbreuk en vraagt daarin de lidstaat de toestand in overeenstemming te brengen.

Indien de lidstaat niet kan voldoen aan de vraag van de Commissie, kan de Commissie beslissen de zaak voor het Hof van Justitie van de EU te brengen. Het Hof neemt dan een beslissing en kan de lidstaat opleggen afdoende maatregelen te nemen om een einde te maken aan de inbreuk.

Artikel 260 VWEU geeft de Commissie de bevoegdheid om te ageren tegen een lidstaat die niet handelt conform een vroegere veroordeling door het Hof. Dit artikel geeft de Commissie ook de mogelijkheid het Hof te vragen de betrokken lidstaat te veroordelen tot de betaling van een forfaitaire som of een dagelijkse dwangsom.

Heden ten dage laat de waterzuivering in 40 agglomeraties nog steeds te wensen over; ondanks de reeds geleverde inspanningen voldoen 7 Vlaamse, 32 Waalse en de agglomeratie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest nog steeds niet aan de Richtlijn.

De Commissie vindt het onaanvaardbaar dat onbehandeld stedelijke afvalwater nog steeds de rivieren, meren en kustwateren bereikt en daardoor de volksgezondheid in gevaar kan brengen. Dit is ook de reden waarom de Commissie pleit voor dergelijke strenge aanpak - overigens is België niet de enige in gebreke blijvende lidstaat - en dergelijke hoge bedragen vordert. Deze bedragen worden berekend aan de hand van criteria als de zwaarwichtigheid van de inbreuk en de capaciteit van de staat om in te staan voor de betaling. De boete had daarbij kunnen oplopen tot 60 miljoen euro.

De Commissie verwacht dat België pas in 2013 aan al zijn verplichtingen zal kunnen voldoen, pas 9 jaar na de oorspronkelijke veroordeling van België!

De verwachtingen van de Commissie zijn eerder zwartgallig wanneer men de huidige toestand in Vlaanderen bekijkt. Momenteel opereert Vlaanderen volledig conform de Richtlijn wat de zuivering betreft. De aansluiting van de opvangsystemen voor het stedelijk afvalwater op zuiveringsinstallaties is voor 99% gerealiseerd in de agglomeraties groter dan 10 000 inwonersequivalenten waarvan er 112 zijn in Vlaanderen (dit nadat Brussel-Zuid en Brussel-Noord aan de Brusselse agglomeratie werden toegevoegd).

Volgens Vlaams Minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur Joke Schauvliege (hierna genoemd 'Minister') zal Vlaanderen in 2011 de Richtlijn volledig naleven en dit in tegenstelling tot de twee andere gewesten waar deze situatie niet bereikt zal zijn voor 2013. Dit alles maakt dat Vlaanderen slechts in beperkte mate wordt geviseerd door de Europese Commissie.

Daar we in België een federale staatsstructuur bezitten en de Europese Unie enkel met de lidstaten en niet met de deelstaten van de lidstaten onderhandelt en relaties onderhoudt, zal het federale België evenwel het subject zijn van de veroordeling tot de boete en de dwangsommen. De vraag is dan welke verdeelsleutel gehanteerd zal worden. Dit wordt evenwel niet uitgeklaard door de Minister.

Het is evenwel reeds in voorgaande zaken gebeurt dat het Hof gevraagd wordt een meer uitgesplitste berekening van de inbreuken. Dit zou dan ook kunnen gevraagd worden in deze zaak.
Het zou ook om een tweede reden aan te raden zijn dergelijke verdelingswijze te vragen daar het een optimale incentive geeft aan de deelstaten om tijdig regelgeving uit te voeren, wat nu juist het doel is van de veroordeling tot forfaitaire sommen en dwangsommen.

Verdeling van de kosten of niet, het is duidelijk dat wij een tandje moeten bijsteken en onze infrastructuur zo aanpassen dat we wel voldoen aan de Europese regelgeving. Alleen op die manier kunnen we verdere procedures en boete's voor het Hof vermijden.

Bij een desgevallende nieuwe veroordeling van de Belgische Staat schreef ik reeds eerder zullen dat wellicht ook de lokale besturen niet buiten schot zullen blijven.

In de ophefmakende zaak Fratelli - Costanzo  besliste het Hof van Justitie dat de Gemeente Milaan als onderdeel van de lidstaat Italië een rechtstreeks werkende richtlijn bepaling diende toe te passen .

Aangezien decentrale overheden een zelfstandige taak hebben bij de toepassing van het Europees (water-)recht zijn zij bijgevolg aansprakelijk voor de door hun toedoen gelede schade  .

De decentrale overheid kan in die zin tevens aansprakelijk worden gesteld voor de schade die de centrale overheid lijdt indien de staat een financiële sanctie krijgt opgelegd door Europa vanwege het feit dat de decentrale overheid het Europese recht heeft geschonden .

Al de betrokken actoren: het Vlaams Gewest, drinkwatermaatschappijen, Steden en Gemeenten en hun verenigingen Intergemeentelijke Samenwerking zullen de opgestarte infractieprocedure dan ook best met argusogen blijven volgen.

Cies Gysen
Advocaat-vennoot
GD&A Advocaten
met medewerking van Anne Spreeuwers

Lees hierover meer in onze Nieuwsbrief Lokale besturen.

Terug naar nieuwsoverzicht