Nutteloze nutsleidingen: een nieuwe wetgeving in de maak?

Nutteloze nutsleidingen: een nieuwe wetgeving in de maak?

Naar aanleiding van recente persartikels omtrent de aanwezigheid van afgekoppelde waterleidingen uit asbestcement in de Mechelse ondergrond staat de vraag naar het lot van dergelijke leidingen opnieuw centraal.

In het kader van de heraanleg van de Steenweg op Heindonk te Mechelen dienden riolerings- en werkzaamheden te worden uitgevoerd. Tijdens deze werkzaamheden ontstond grote beroering over het voornemen van de drinkwatermaatschappij om asbesthoudende waterleidingen na buitengebruikstelling in de grond achter te laten.

Onbeheerd achterlaten van afvalstoffen

Artikel 12, §1 van het Materialendecreet bepaalt uitdrukkelijk dat het verboden is om afvalstoffen achter te laten.

In de rechtspraak is men het er unaniem over eens dat met ″achterlaten″ niet alleen het storten wordt bedoeld, maar ook het verzuim om afvalstoffen te verwijderen (bv. Cass. 2 oktober 1984, RW 1984-1985, 2775-2776).

Hoewel het huidige Materialendecreet duidelijk bepaalt dat het verboden is om afvalstoffen achter te laten, blijkt het doortrekken van dit verbod naar afgekoppelde ondergrondse nutsleidingen geen sinecure te zijn.
Men stoot immers onvermijdelijk op juridische discussies zoals het zakenrechtelijk statuut van nutsleidingen, het materiële toepassingsgebied van het Materialendecreet e.d.m.

 

Zakenrechtelijk statuut van nutsleidingen

Het zakenrechtelijk statuut van nutsleidingen is niet eenduidig te noemen.

Nutsleidingen lijken prima facie onroerend uit hun aard. Dit volgt uit de incorporatievereiste. Het Hof van Cassatie heeft bevestigd dat goederen die duurzaam en gewoonlijk verbonden zijn met de gronderven of erin vastzitten, onroerend zijn uit hun aard (Cass. 14 februari 2008, RW 2008-09, afl. 11, 456).

Men kan zich echter de vraag stellen of afgekoppelde nutsleidingen op duurzame wijze met de grond verbonden zijn.  Waarbij onder 'duurzaam verbonden'  niet alleen moet worden begrepen 'het voor iets langere tijd op een bepaalde plaats houden', maar ook 'weinig aan slijtage of bederf onderhevig' en 'het milieu weinig belastend'

Teneinde de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor de kosten in hoofde van lokale besturen naar de toekomst toe af te dekken, verdient het echter ook aanbeveling stil te staan bij de precieze zakelijke rechten ten aanzien van dergelijke nutsleidingen.

De dwingende verplichting tot verwijdering van afvalstoffen heeft immers belangrijke consequenties zowel voor de beheerder van de nutsleidingen (nutsmaatschappijen) die in de toekomst nutsleidingen afkoppelt, maar ook voor de beheerder van het openbaar domein als potentieel 'houder' van alle reeds verlaten leidingen in, op of onder het openbaar domein.

 

Materiële toepassingsgebied Materialendecreet

Een afvalstof wordt onder het huidige Materialendecreet gedefinieerd als “elke stof of elk voorwerp waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen” (artikel 3, 1°, 1e lid Materialendecreet).

Rechtsoverweging 10 van de Kaderrichtlijn Afvalstoffen (Richtlijn 2008/98/EG) bepaalt aangaande het materiële toepassingsgebied van 'een stof of voorwerp' dat:

“Een doeltreffende en samenhangende regeling inzake de verwerking van afvalstoffen zou, onder voorbehoud van bepaalde uitzonderingen, moeten worden toegepast op roerende goederen waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen.”

De Europese Kaderrichtlijn Afvalstoffen erkent dus impliciet dat de afvalstoffenwetgeving niet uitsluitend van toepassing is op roerende goederen.

Naar nationaal recht worden ook onuitgegraven bodem en duurzaam met de bodem verbonden gebouwen worden, als typevoorbeeld van een onroerend goed, expliciet uit het toepassingsgebied van het Materialendecreet geweerd (artikel 3, 1°, e) van het Materialendecreet).
Bijgevolg kan men er aldus niet zonder meer van uitgaan dat de afvalstoffenwetgeving niet van toepassing zou zijn op nutsleidingen.

Ondanks voormelde lacunes in de wetgeving zou deze week een akkoord zijn bereikt met de drinkwatermaatschappij en OVAM aangaande de verwijdering van betreffende nutsleidingen.

Tevens zou OVAM een wetgevend initiatief hebben overgemaakt aan de bevoegde minister Joke Schauvliege. De nieuwe wetgeving zal meer duidelijkheid moeten brengen omtrent de kwalificatie van 'nutteloze nutsleidingen' als 'afvalstof' en de hieraan gekoppelde verwijderingsverplichting.

Het moet hierbij worden opgemerkt dat het Hof van Justitie zich in haar principiële rechtspraak nog niet lijkt te hebben uitgesproken over de kwalificatie van nutteloze nutsleidingen als afvalstof. A fortiori stelt de betreffende rechtspraak daarentegen wel duidelijk dat het begrip 'afvalstof' niet restrictief mag worden geïnterpreteerd. 

Karin LIEKENS

 

Meer info?

Contacteer Mr. Tom SWERTS, advocaat-vennoot - tel. 015.40.49.40 - tom.swerts@gdena-advocaten.be