Het optreden van het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) als onteigenaar voor de realisatie van de Kempense Noord-Zuid verbinding, een rechtsstaat onwaardig

Het optreden van het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) als onteigenaar voor de realisatie van de Kempense Noord-Zuid verbinding, een rechtsstaat onwaardig

Sinds 2009 wordt het leven van het echtpaar Bailloux-Schuermans uit Geel geteisterd door een onaanvaardbaar optreden van het Agentschap Wegen en Verkeer, de wegbeheerder in het Vlaams Gewest. 

Item op het RTV-journaal van 18 juni 2013: klik hier of zie onder

 

Het echtpaar was eigenaar van een authentieke, zelf gerenoveerde hoeve met paardenstal en bijhorende grond te Geel, in de wijk Gooreind. Het ganse perceel had een oppervlakte van zo'n 7600 m².

Voor de realisatie van de 'N 19g' ('Kempense Nood-Zuidverbinding') voorzag de Vlaamse overheid een aansluiting op deze nieuwe gewestweg door de tuin van het echtpaar.

Het perceel werd intussen grotendeels onteigend. Vandaag blijven enkel  nog de hoeve en een klein tuintje over, volledig omsingeld door erg drukke verkeersaders:  (i) de huidige ring rond Geel, (ii),  de aansluiting op de N19g - in aanbouw, en  (iii) de nieuwe N19g zelf. Dit restperceel is  onleefbaar.

De Vlaamse overheid heeft steeds geweigerd  om het volledig perceel van het echtpaar te onteigenen. Het echtpaar blijft achter met een onleefbare en onverkoopbare woning, op een 'eiland' omsingeld door drukke verkeersaders.

Het onleefbare karakter van de woning blijkt vandaag uit een geluidsstudie van een erkend geluidsdeskundige die is uitgevoerd in opdracht van de bewoners van de hoeve. 

Na realisatie van de nieuwe verkeersaders, worden ter hoogte van de woning overschrijdingen vastgesteld tussen de 15 à 20 dBA, tot 65 à 70 dBA. Dit komt neer op een vertienvoudiging van het geluidsniveau .

De Vlaamse overheid is steeds blijven weigeren om geluidswallen te plaatsen, ook al is hier herhaaldelijk om gevraagd. Ook de gewezen burgemeester van Geel heeft hier tevergeefs op aangedrongen.

 

Ook in de gerechtelijke onteigeningsprocedure is de houding van het Vlaams Gewest  ontstellend.

Het Vlaams Gewest heeft beroep gedaan op de Onteigeningswet “hoogdringende omstandigheden” van 27 juli 1962.

Deze wet wordt gekenmerkt door een ingrijpende inperking van de rechten van de burger doordat de onteigenende overheid zeer snel in het bezit kan treden van de gronden. De Vrederechter kan de onteigening uitspreken binnen de 48 u na de inleidende zitting. Tegen deze uitspraak is bovendien geen beroep mogelijk door de burger. Pas na dit eerste 'onteigeningsvonnis' oordeelt de vrederechter in een tweede vonnis over het bedrag van de onteigeningsvergoeding dat aan de burger toekomt. In die tussentijd zijn de werken meestal al aan de gang of volledig uitgevoerd, zo ook in dit dossier.

Het echtpaar Bailloux-Schuermans werd bij vonnis van 7 februari 2011 van de Vrederechter van Geel onteigend.

Tot op vandaag - bijna 2  jaar en 6 maanden later - heeft het echtpaar echter nog steeds geen zekerheid over de definitieve onteigeningsvergoeding die de Vlaamse overheid zal uitbetalen.

Op 10 april 2013 heeft de Vlaamse overheid  nu al voor de tweede keer beroep aangetekend tegen het vonnis dat de onteigeningsvergoeding vaststelt.

De zaak hangt nu voor het Hof van Beroep van Antwerpen. Uitspraak wordt pas in 2014 verwacht, ofwel 3 jaar nadat het echtpaar haar eigendom verloor.

Het eerste vonnis van de Vrederechter van Geel van 9 september 2011 kende een onteigeningsvergoeding toe die zes maal het bedrag bedroeg dat werd aangeboden door de Vlaamse overheid.

Dit bedrag werd bij vonnis van 11 februari 2013 (licht) verminderd na een eerste beroep ingesteld door de Vlaamse overheid bij de Rechtbank van Eerste Aanleg van Turnhout.

Ondanks nu al twee duidelijke vonnissen - die een duidelijke terechtwijzing van de Vlaamse overheid inhouden inzake de aangeboden onteigeningsvergoeding - blijft de Vlaamse overheid zweren bij een onredelijk  laag bedrag als onteigeningsvergoeding.

 

De impact van deze procedureslag gevoerd door de Vlaamse overheid is ernstig. Het Hof van Beroep van Antwerpen, dat nu voor de derde keer over de onteigeningsvergoeding zal oordelen, kan de onteigeningsvergoeding immers nog verminderen.

Zodoende wordt het echtpaar Bailloux-Schuermans  sinds 2011 gegijzeld in hun onleefbare woning. Zolang geen duidelijkheid bestaat over de uiteindelijke onteigeningsvergoeding, zijn zij immers financieel niet in staat om een andere woning te kopen. De advocatenkosten van het echtpaar lopen bovendien verder op. Intussen zijn de werken al bijna gerealiseerd.

Oorzaak van deze wantoestand is in de eerste plaats de  houding van de Vlaamse overheid. Het is niet te verantwoorden dat de overheid zo  een procedureslag uitvecht tegen eenvoudige burgers, die er niet voor gekozen hebben om onteigend te worden.

Tweede oorzaak is de  verouderde onteigeningswet van 1962, die deze gerechtelijke procedureslag mogelijk maakt. Deze wet verdient dringend een grondige wijziging. In de eerste plaats zou een kleine punctuele aanpassing van de wet al soelaas kunnen bieden, door te voorzien in een wettelijke garantie dat de beroepsrechter de door de vrederechter vastgelegde onteigeningsvergoeding niet meer kan verminderen. Het is niet logisch dat de overheid op 48 uur bezit kan nemen van gronden en dat de billijke vergoeding waar de burger recht op heeft, jaren op zich laat wachten. Artikel 16 van de Grondwet voorziet immers een voorafgaande billijke onteigeningsvergoeding.

 

Het echtpaar Bailloux-Schuermans  doet een oproep aan de Vlaamse overheid om deze procedureslag stop te zetten en de onteigeningsvergoeding toegekend door de rechtbank van Turnhout definitief uit te betalen. Daarnaast dient ook de kwestie van de geluidsoverlast dringend te worden aangepakt door het plaatsen van geluidswallen.

Verder hoopt het echtpaar dat dit dossier de politiek doet inzien dat een grondige hervorming van de onteigeningsreglementering aangewezen is. Na de staatshervorming wordt deze materie volledig een gewestbevoegdheid.

 

Meer informatie: contacteer Mr. Gitte LAENEN.