Met één muisklik een procedure instellen bij de Raad van State ?

Met één muisklik een procedure instellen bij de Raad van State ?

Op 18 oktober keurde de Ministerraad, op voorstel van de minister van Binnenlandse Zaken, Joëlle Milquet, een ontwerp van koninklijk besluit goed die de elektronische rechtspleging bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State mogelijk maakt. Dit voorstel beoogt de realisatie van een toegankelijke, snelle en moderne justitie, hetgeen één van de doelstellingen vormt van het regeerakkoord van 1 december 2011.

Volgens de eerste persberichten zou het gaan om een elektronische procedure gebaseerd op het “Tax-on-web” - systeem, welke de nodige waarborgen bevat inzake eenvoud en veiligheid.

Bovendien zou deze procedure ook goedkoper zijn. Het is echter nog onduidelijk op welk vlak de elektronische rechtspleging precies goedkoper wordt geacht. Voor het opstarten van de rechtspleging dient men alleszins over een internetverbinding en een Belgische elektronische identiteitskaart (en dus ook een ID-reader) te beschikken. Voor de overheid lijkt deze elektronische procedure mogelijks geen besparende maatregel te zijn, nu het voorstel voorziet dat de papieren documenten door de griffie van de Raad van State nog altijd per aangetekende zending moeten worden verstuurd naar de verwerende en tussenkomende partijen. Bij een elektronische rechtspleging zal de aangetekende zending evenwel een e-ticket bevatten, waarmee de partijen toegang kunnen krijgen tot het online-dossier.

De elektronische procedure is mogelijk voor de beroepen tot nietigverklaring, de procedures tot cassatie, de beroepen tot schorsing en het opleggen van dwangsommen. De elektronische procedure is daarentegen niet mogelijk voor de rechtspleging met volle rechtsmacht voor gemeentelijke geschillen en voor de procedure tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Men zou nochtans verwachten dat deze laatste procedure, gelet op het feit dat zij bij hoogdringendheid op zeer korte termijn moet worden ingesteld, het meeste baat heeft bij een elektronische rechtspleging.

In het goedgekeurd voorstel wordt de keuze voor de elektronische rechtspleging als facultatief beschouwd, maar eenmaal ze is opgestart, wordt de keuze definitief. De keuze voor een elektronische rechtspleging wordt aldus bepaald door de verzoekende partij, en de verwerende partij evenals de tussenkomende partij moeten zich hierbij neerleggen. De vraag rijst dan ook of de memories die tijdens de procedure worden uitgewisseld eveneens elektronisch kunnen/moeten worden ingediend ? Of dienen deze procedurestukken nog altijd per aangetekende zending te worden verstuurd met het vereist aantal voor eensluidende afschriften ?

De rol van de advocaat bij deze elektronische rechtspleging blijft een even groot vraagteken. Heden worden de meeste beroepen bij de Raad van State ingesteld middels vertegenwoordiging door een advocaat, gelet de toch wel formalistische aard van deze beroepen. De invoering van de elektronische rechtspleging zal hier wellicht, voor het grootste deel van de materies, niet veel aan veranderen. De vraag stelt zich echter op welke manier de elektronische rechtspleging kan worden opgestart door een advocaat. Dient hij hiervoor zijn eigen elektronische identiteitskaart te gebruiken of deze van zijn cliënt ? En door wie van beiden dienen de procedurestukken elektronisch te worden ondertekend ?

Uit voorgaande blijkt alvast dat het door de Ministerraad goedgekeurd voorstel heden nog héél wat vragen oproept. Het is dan ook afwachten wat de Raad van State, als rechtstreeks betrokken instantie, over het voorstel zal adviseren. Wij kijken er alvast naar uit of en hoe dit voorstel tegen de vooropgestelde datum van 1 februari 2014 zal worden gerealiseerd. Wordt vervolgd...