RIZIV-obstakels verzelfstandiging woonzorgcentra opgeruimd

RIZIV-obstakels verzelfstandiging woonzorgcentra opgeruimd?

Statutaire personeelsleden die door het OCMW worden gedetacheerd naar een privaatrechtelijke OCMW-vereniging voor de exploitatie van woonzorgcentra, kwamen tot voor kort niet in aanmerking voor RIZIV-financiering. Het Financieringsbesluit voorziet nu in een aangepaste regeling.

Het decreet van 29 juni 2012 tot wijziging van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, voegt aan het OCMW-decreet een vierde vorm van externe verzelfstandiging toe. De privaatrechtelijke vereniging titel VIII, hoofdstuk 4 van het OCMW-decreet, laat toe dat de exploitatie van woonzorgcentra wordt verzelfstandigd onder de vorm van een VZW.

Bij de overheveling/inbreng van het OCMW-woonzorgcentrum en haar exploitatie in de “Titel VIII, hoofdstuk 4 vereniging” zal het contractueel tewerkgesteld personeel door deze laatste meestal worden aangeworven met behoud van bezoldiging en geldelijke anciënniteit.

Vermits VZW's geen statutaire personeelsleden kunnen aanwerven, zou in de normale gang van zaken het aanwezig statutair tewerkgesteld personeel ter beschikking gesteld worden van de vereniging, eveneens met behoud van bezoldiging en anciënniteit. Het is echter op dit laatste punt dat de implementatie van deze verzelfstandigings- en samenwerkingsformule (financieel) mank liep.

Het Financieringsbesluit van 6 november 2003 stelde tot voor kort immers  dat  rustoorden  voor  bejaarden  en  rust-  en verzorgingstehuizen  moesten  beschikken  over  hun  eigen  loontrekkend  of  statutair personeel (respectievelijk art. 2 §1 en art. 3 §1).

De  RIZIV-administratie  hield  zich  aan  een  letterlijke  en  strikte  interpretatie  van voornoemde  bepalingen.  Met  uitzondering  van  een  aantal  afwijkingen,  gold  in principe, aldus het RIZIV, dat voor alle personeel dat in aanmerking werd genomen voor  de  RIZIV-financieringsnormen,  de  tewerkstelling  in  dienstverband  moest aangetoond worden door middel van de arbeidsovereenkomst /benoemingsbeslissing, de RSZ(PPO)-bijdragen, en de effectief gepresteerde en gelijkgestelde dagen/uren.

Eén en ander had tot gevolg dat artikel 246 §1 OCMW-decreet, dat uitdrukkelijk voorziet in de ter beschikkingstelling van statutair personeel voor de oprichting van een “Titel VIII, Hoofdstuk 4 vereniging”, dode letter bleef.

Bij Ministerieel Besluit van 25 juni 2014  werd aan artikel 6 van het Ministerieel Besluit van 6 november 2003 tot vaststelling van het bedrag en de voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming bedoeld in artikel 37 §12 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen  in  de  rust-  en  verzorgingstehuizen  en  in  de  rustoorden  voor  bejaarden (hierna 'Financieringsbesluit') een derde alinea toegevoegd. Die luidt als volgt:

Ҥ 3. Bij een exploitatietransfer vanuit een openbare dienst, wordt het gedetacheerd statutair personeel dat op het moment van de overdracht van de exploitatie opgenomen is in een lijst, gelijkgesteld aan eigen loontrekkend of statutair personeel, indien aan de Dienst wordt overgemaakt:

1° de exhaustieve lijst met namen van de betrokken statutaire personeelsleden, hun kwalificatie en hun wekelijkse arbeidsduur, en vergezeld van een kopie van de beslissing van hun benoeming. Deze lijst moet worden ondertekend door de openbare dienst én door de verantwoordelijke van de instelling en aan de Dienst worden overgemaakt binnen de maand na de exploitatietransfer. Aan deze lijst kunnen nadien geen personen worden toegevoegd, de wekelijkse arbeidsduur van de personen kan niet worden verhoogd en hun kwalificatie kan niet worden aangepast;
2° als de Dienst erom vraagt, alle andere bijkomende informatie met betrekking tot de exploitatietransfer en de rol van de openbare dienst".

Hiermee heeft men, onder toenemende druk uit het werkveld, het Financieringsbesluit afgestemd op de bepalingen van titel VIII, hoofdstuk 4 van het OCMW-decreet.

Door de gelijkstelling aan eigen personeel kan er thans geen twijfel meer over bestaan dat ook het vanuit een OCMW gedetacheerd statutair personeel dat ter beschikking wordt gesteld aan verenigingen van privaatrecht van woon- en zorgcentra, zoals bedoeld in het OCMW-decreet, mits naleving van bepaalde formaliteiten, in aanmerking komt voor de RIZIV-financieringsnormen.

Eenzelfde correctie gebeurde inzake de financiering via het “derde luik” via het Koninklijk besluit van 13 juni 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 augustus 2007 tot uitvoering van de artikelen 57 en 59 van de programmawet van 2 januari 2001 wat de harmonisering van de barema's, de loonsverhogingen en tewerkstellingsmaatregelen in bepaalde gezondheidsinstellingen betreft .

Beide besluiten hebben, althans voor wat de in deze relevante bepalingen betreft, uitwerking met ingang op 1 juli 2013.

GD&A advocaten volgt als partner van lokale besturen deze problematiek op de voet.


Auteur: Mr. Heleen VAN ASCH en Mr. Cies GYSEN en Mr. Steven MICHIELS

Meer info?

Contacteer Cies GYSEN
Advocaat-vennoot
Tel 015/40.49.40 of cies.gysen@gdena-advocaten.be

Contacteer Steven MICHIELS
Advocaat-vennoot
Tel 015/40.49.40 of steven.michiels@gdena-advocaten.be