Europa tackelt illegale staatssteun voetbalclubs

Europa tackelt illegale staatssteun voetbalclubs

Net op het moment dat de Europese voetbalcompetities (UEFA Champions League en Europe League) stilaan hun ontknoping naderen, beheerst niet zozeer het sportieve maar wel het extra sportieve steeds meer het (top)voebalnieuws. De Europese Commissie - hierin gesteund door de UEFA  met zijn recente politiek rond de  financial fair play regulations   - maakt immers steeds nadrukkelijker werk van zijn strijd tegen de ongeoorloofde staatssteun van Europese (top)voetbalclubs, waaronder ook de Belgische. Daarbij worden ook de allergrootste clubs  niet gespaard.

Zo loopt momenteel een onderzoek naar volgende constructie tussen de stad Madrid en voetbalclub Real Madrid CF: in 1998 werd door de stad grond verkocht aan de club voor EUR 400.000. In 2011 verkocht de club de gronden terug aan de stad voor een veelvoud daarvan, zijnde EUR 22.700.000.

Zo oordeelde de Europese Commissie in een voorlopige conclusie dat sprake is van illegale staatssteun in volgende constructie  tussen de stad Eindhoven en voetbalclub PSV Eindhoven: in 2011 kocht de stad voor bijna EUR 50.000.000 grond van de club , en gaf het deze grond meteen weer in erfpacht terug. De Europese Commissie oordeelde immers dat geen marktconforme prijs werd betaald, waardoor sprake zou zijn van ongeoorloofde staatssteun.

Ook de Belgische clubs ontspringen de dans niet. Zo kwam heel recentelijk aan het licht dat de Europese Commissie een onderzoek heeft ingesteld naar een fiscaal gunstregime waarvan onze voetbalclubs zouden genieten, waarbij 80 % van de bedrijfsvoorheffing op de spelerslonen niet naar de fiscus wordt doorgestort, maar in de clubkas blijft . Dat de Europese Commissie thans duidelijk werkt maakt van haar strijd tegen ongeoorloofde staatssteun, is niet alleen voor voetbalclubs maar ook voor lokale besturen een duidelijke waarschuwing.  

De voetbalinfrastructuur in ons land is - de organisatie van EUR 2000 ten spijt - vandaag de dag hopeloos verouderd en vele voetbalclubs ontwikkelen sedert enkele jaren daarom dan ook (wilde) stadionplannen. Voor het Arteveldestadion
in  Gent werd reeds gestart met de eerste spadesteek, maar ook Club Brugge KV, KRC Genk, Standard Luik, KV Mechelen en RSC Anderlecht hebben stadion(uitbreidings)plannen. Niet zelden worden ook stads- en gemeentebesturen betrokken in de plannen en net daar loert dan ook het gevaar voor ongeoorloofde staatssteun.

Hieronder wordt daarom kort stilgestaan bij het principe van ongeoorloofde staatssteun en wordt er bekeken hoe kan worden vermeden dat constructies, waarin lokale overheden zich zouden kunnen inlaten, als dusdanig worden gekwalificeerd. Er wordt hierbij voornamelijk aandacht besteed aan steun in het kader van voetbalinfrastructuur (gelet op de verschillende stadiondossiers welke vandaag brandend actueel zijn).

 

Algemene situering Europese regels rond staatssteun aan voetbalclubs

Op sport zijn de algemene staatssteunregels van toepassing. Op grond van de beschikkingen van de Europese Commissie en de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie worden voetbalclubs immers als ondernemingen beschouwd omdat zij een economische activiteit verrichten. Voetbalclubs uit het betaald voetbal leveren immers diensten op verschillende markten, waar zij voor worden betaald. Op deze markten kan concurrentie op Europees niveau plaatsvinden, bijvoorbeeld op de spelers-, tv-rechten- of sponsormarkt. Daarnaast is ook concurrentievervalsing denkbaar ten opzichte van andere ondernemingen dan concurrerende voetbalclubs.

In de internationale markt van investeerders en exploitanten van onroerende goederen zoals stadions kan steunverlening aan een stadion de tussenstaatse handel in theorie immers ongunstig beïnvloeden . Kortom: sport kent dus géén uitzonderingspositie binnen het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (hierna 'VWEU') en de staatssteunregels zijn onverkort van toepassing op voetbalclubs. Sport als dusdanig wordt door de Europese Commissie dan ook niet geaccepteerd als algemeen belang dat het inzetten van publieke middelen rechtvaardigt.

Voor lokale overheden is het dan ook van belang om te beseffen dat steunverlening aan sportverenigingen dus ook verboden staatssteunelementen kan bevatten. Bij staatssteun aan een club uit het betaald voetbal kan onder meer worden gedacht aan verbouwing of exploitatie van een (voetbal)stadion; garanties; leningen; grondverkoop tegen een lage prijs; het doorrekenen van een lage, niet marktconforme huurprijs of canonprijs (bij bijvoorbeeld erfpachtconstructies); enz...

 

 De concrete Europese staatssteunregels

De betrokken regels maken een onderdeel uit van de bepalingen in het VWEU die de instelling en de werking van de gemeenschappelijke markt regelen. De Europese Commissie houdt toezicht op de naleving van de staatssteunregels. De lidstaten moeten voorgenomen steun melden bij de Commissie . Pas na goedkeuring van de Commissie mag de steun worden uitgevoerd. De staatssteunregels zelf zijn vervat in de artikel 107 en 108 VWEU. Steun die aan de volgende (cumulatieve) criteria voldoet, valt onder het staatssteunbegrip en moet in beginsel vooraf worden gemeld bij de Europese Commissie:

de steun wordt door de staat verleend of met staatsmiddelen bekostigd;

de steun komt ten goede aan bepaalde ondernemingen of producties;

de steun verschaft een voordeel aan de onderneming(en) die zij niet langs commerciële weg zou(den) hebben     verkregen;

de steun kan de mededinging vervalsen;

de handel tussen de lidstaten wordt door de steun ongunstig beïnvloed;

 

Wat betreft deze laatste voorwaarde, “de handel tussen de lidstaten wordt door de steun ongunstig beïnvloed”, dient te worden opgemerkt dat de Europese Commissie snel aanneemt dat er sprake is van een invloed op de Europese markt

Wanneer de Commissie onderzoekt of er eventueel sprake is van staatssteun bij transacties tussen de voetbalclubs en de autoriteiten, bijvoorbeeld bij de verkoop of huur en of verhuur van het stadion, gaat zij in een eerste fase na of voldaan is aan de voorwaarden van artikel 107, 1e lid VWEU. Het risico van het niet of niet tijdig melden van steun is dat de Commissie op eigen initiatief na een klacht (bijvoorbeeld een concurrent of burger) een onderzoek kan starten. Een dergelijk onderzoek kan tijdelijke opschorting en uiteindelijk zelfs verplichte terugvordering van de steun inhouden.

Onder voorwaarden kunnen bepaalde soorten staatssteun echter wel verenigbaar zijn met de gemeenschappelijke markt (artikel 107, tweede en derde lid VWEU). De Commissie heeft immers een aantal uitzonderingen op de meldingsplicht neergelegd in vrijstellingsverordeningen, waarvan de meest relevante (i) de Verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006  en (ii) de Verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie van 6 augustus 2008  zijn. De  Verordening nr. 1998/2003 handelt voornamelijk over de zogenaamde “de minimissteun”, dit is steun die volgens de Europese Commissie zo'n beperkt effect heeft op de mededinging dat deze is toegestaan. Steun die onder de vrijstelling valt hoeft niet te worden gemeld bij de Europese Commissie. Op basis van deze vrijstelling mag een lokale overheid maximaal EUR 200.000 aan steun verlenen over een periode van drie belastingjaren.

 

Hoe ontsnappen aan kwalificatie ongeoorloofde staatssteun ?

In stadiondossier is heel klassiek de constructie waarbij grond (bijvoorbeeld stadioninfrastructuur of oefenvelden) door een voetbalclub wordt verkocht aan een lokale overheid, welke die grond dan meteen opnieuw in erfpacht geeft aan de voetbalclub (zodat de voetbalclub de gronden kan blijven aanwenden). Het gebeurt dan ook dat de lokale overheid op deze manier eigenaar wordt van een voetbalstadion.  vanuit het oogpunt van staatssteuntoezicht is het belangrijk om aan te stippen dat het eigenaar zijn en exploiteren van een (al dan niet multifunctioneel) voetbalstadion normaal gesproken wordt beschouwd als een economische activiteit waarop de staatssteunregels van toepassing zijn.

Zoals het Gerecht van de Europese Unie heeft bevestigd met zijn arrest in de zaak van de luchthaven Leipzig/Halle, vormen investeringen in infrastructuur die commercieel zal worden geëxploiteerd, ook een economische activiteit en valt de financiering ervan met staatsmiddelen dus ook onder het staatssteuntoezicht . Lokale overheden kunnen op grond van economische en maatschappelijke overwegingen (imago van de stad, consumptieve bestedingen bij evenementen, katalyserende werking op bedrijvigheid rond het stadion, het belang van sport en welzijn) weliswaar pleiten voor steun ten behoeve van een stadion, toch vormen deze overwegingen vaak geen rechtvaardiging voor steunverlening op grond van de staatssteunregels.

 

Staatssteun aan voetbalclubs kan het best op de volgende manieren worden gemotiveerd en verantwoord:

 1. Algemene infrastructuur (een specifieke voetbalinfrastructuur)

De Europese Commissie stelt dat steun ten behoeve van een stadion geen staatssteun vormt indien de steun wordt gegeven in de vorm van financiering van algemene infrastructuur .  De voorwaarde bij de staatssteun in het algemeen is dan dat het stadion een plaats van samenkomst is voor publieke evenementen, waar verschillende soorten activiteiten plaatsvinden die ten goede komen aan de algemene bevolking. In deze zin is de financiering te zien als typische taak van de overheid ten aanzien van de bevolking. Daarbij stelt de Commissie dat een stadion een faciliteit is die een grote en risicovolle investering vergt, die de markt soms niet geheel zelfstandig kan dragen . Ingeval de infrastructuur exclusief wordt gebruikt door één voetbalclub, zal de Commissie dan ook niet snel akkoord gaan met steunverlening aan het stadion.

 2. Marktconforme en transparante verkoopsprijzen en (gebruiks)vergoedingen

Teneinde niet gekwalificeerd te worden als ongeoorloofde staatssteun dienen onroerende transacties tussen voetbalclubs en lokale overheden te geschieden door de betaling van markconforme prijzen (cfr. Real Madrid casus) en dienen voetbalclubs/gebruikers voor het gebruik van het stadion (bijvoorbeeld bij erfpachtconstructies) een marktconforme canon te betalen. De vergoedingen wordt best op een transparante wijze berekend . Dit kan bijvoorbeeld middels de opmaak van een schattingsverslag door een erkend landmeter. De canon/huur welke een voetbalclub betaalt zou niet minder mogen bedragen als de financiële lasten die de lokale overheid heeft, onder andere door rente en aflossing van geleend kapitaal.

 3. Grenzen van de minimissteun

 Indien toch exclusief steun wordt verleend aan één voetbalclub (waarbij geen sprake van algemene infrastructuur) en/of indien rechtstreeks financiële steun wordt verleend aan een bepaalde voetbalclub, dan is echter sowieso geen sprake van ongeoorloofde staatssteun indien deze steun beperkt is tot een bedrag van EUR 200.000 over 3 kalenderjaren. Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat indien een niet marktconforme erfpachtcanon zou worden betaald, deze constructie geoorloofd is zolang het voordeel dat wordt gegenereerd voor een voetbalclub (door het betalen van een te lage vergoeding) kleiner is dan het bovenvermeld bedrag.

 

Conclusie

De Europese Commissie maakt vandaag duidelijk werk van haar strijd tegen ongeoorloofde staatssteun van voetbalclubs. Dit is geen onbelangrijke vaststelling nu in Vlaanderen (Gent, Brugge, Genk, Mechelen,...) veel stadiondossiers erg actueel zijn en lokale besturen vaak worden betrokken in plannen rond nieuwe stadions en/of stadionuitbreidingen. Wanneer lokale overheden samenwerken met voetbalclubs kunnen deze dan ook maar beter rekening houden met de Europese spelregels rond staatssteun, zo niet dan zou voor deze besturen wel eens de rode kaart dreigen. 

In de komende weken wordt Europa's meest prestigieuze voetbalbeker (UEFA Champions League) betwist tussen enerzijds  de “gezonde” Duitse clubs Bayern München en Borussia Dortmund en anderzijds de “ongezonde” Spaanse clubs FC Barcelona en Real Madrid CF. Wie de Champions League finale  in Wembley zal mogen fluiten is nog niet bekend, maar dat de Europese Commissie de volgende jaren de facto als scheidsrechter zal fungeren van het Europese voetbalgebeuren, mag intussen wel duidelijk zijn.

 

 Meer info?                  

Contacteer Laurent VAN ROSSOM
Advocaat
Tel 015/40.49.40 of laurent.vanrossom@gdena-advocaten.be

Terug naar nieuwsoverzicht