Decreet Lokaal Bestuur

Decreet Lokaal Bestuur - overgangsbepalingen - FAQ

Deze tekst bevat een analyse van de overgangsbepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur, die ervoor moeten zorgen dat in eerste instantie tot een eenduidige aansturing van de ambtelijke organisatie wordt gekomen in de vorm van de nieuwe functies van algemeen en financieel directeur.

Daarbij werden veel voorkomende vragen gebundeld en beantwoord. De tekst kwam tot stand op initiatief van de beroepsfederaties ECG, VVOS en VLOFIN in samenwerking met de VVSG en het Agentschap Binnenlands Bestuur.

De geformuleerde antwoorden verhinderen niet dat steeds in het concrete, individuele geval op het lokale bestuursniveau de regelgeving en beginselen van behoorlijk bestuur gerespecteerd dienen te worden.

I. Artikel 581 - van rechtswege aanstelling

“Als het ambt van gemeentesecretaris en het ambt van secretaris van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat de gemeente bedient door dezelfde persoon worden uitgeoefend, hetzij door zowel een aanstelling van de gemeenteraad als door een aanstelling van de raad voor maatschappelijk welzijn, hetzij met toepassing van artikel 76, §3, 1°, van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 of artikel 75, §3, 1°, van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wordt die persoon met behoud van zijn dienstverband van rechtswege aangesteld als algemeen directeur bij de gemeente.

Als het ambt van financieel beheerder van de gemeente en het ambt van financieel beheerder van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat de gemeente bedient door dezelfde persoon worden uitgeoefend, hetzij door zowel een aanstelling van de gemeenteraad als door een aanstelling van de raad voor maatschappelijk welzijn, hetzij met toepassing van artikel 76,
§3, 2°, van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 of artikel 75, §3, 2°, van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wordt deze persoon met behoud van zijn dienstverband van rechtswege aangesteld als financieel directeur bij de gemeente”

1. Wordt men van rechtswege directeur wanneer men in één bestuur de functie invult en in het andere de functie waarneemt? Is een waarnemend statuut voldoende om in aanmerking te komen voor combi?

Neen.
Er wordt enkel in een van rechtswege aanstelling voorzien indien beide ambten door dezelfde personen worden uitgeoefend doch slechts op volgende twee in het DLB limitatief bepaalde wijzen: 1) door een dubbele aanstelling in zowel gemeente als OCMW of 2) met toepassing van art. 76, §3 GD of art. 75, §3 OD via een beheersovereenkomst.

2. Moet de gemeenteraad een beslissing nemen bij een aanstelling van rechtswege ?

Neen.
'Van rechtswege' betekent hier dat de aanstelling zich voltrekt zodra artikel 581 DLB in werking treedt. De gemeenteraad heeft in dit geval geen beslissings- of aanstellingsbevoegdheid. De gemeenteraad kan hoogstens kennis nemen van de aanstelling van rechtswege.

MvT: “Door de invulling van rechtswege is hij of zij vanaf de inwerkingtreding de algemeen directeur of financieel directeur als personeelslid van de gemeente en bedient hij of zij in dat ambt zowel de gemeente als het OCMW.”
 
Krachtens artikel 588 DLB stelt de gemeenteraad wel de salarisschaal van de algemeen en financieel directeur vast. Dit betreft een declaratieve beslissing. De gemeenteraad is gebonden door het decreet dat bepaalt dat de salarisschaal van de algemeen en financieel directeur gelijk is aan de salarisschaal van de gemeentesecretaris en financieel beheerder van de gemeente verhoogd met 30 %. De geldelijke anciënniteit bepaalt de salaristrap in de salarisschaal.

3. Vanaf wanneer / op welk tijdstip is er sprake van een aanstelling van rechtswege?

Artikel 609 DLB bepaalt dat artikel 581 DLB in werking treedt op de tiende dag na de datum van bekendmaking van het decreet in het Belgisch Staatsblad. Op dat ogenblik vindt de aanstelling van rechtswege plaats.

MvT: “Door de invulling van rechtswege is hij of zij vanaf de inwerkingtreding de algemeen directeur of financieel directeur als personeelslid van de gemeente en bedient hij of zij in dat ambt zowel de gemeente als het OCMW.”

4. Wordt de aanstelling van rechtswege in openbare zitting of in besloten zitting geagendeerd?

In openbare zitting.
De gemeenteraad kan enkel kennis nemen van de aanstelling van rechtswege. Hij kan er niet over beraadslagen of over stemmen (zie vraag 3). De raad neemt van die aanstelling van rechtswege kennis in openbare zitting.

5. Wat als men bij een van rechtswege aanstelling een stemming vraagt?

De gemeenteraad is niet bevoegd om te stemmen over de aanstelling van rechtswege (zie vraag 4).

6. Kan de gemeentesecretaris aanwezig blijven tijdens de behandeling van het agendapunt van 'kennisname van rechtswege' door de gemeenteraad?

Artikel 88 van het Gemeentedecreet, dat nog van toepassing zal zijn tot 1 januari 2019, bepaalt dat de gemeentesecretaris de vergaderingen van de gemeenteraad bijwoont met adviserende taak. De verbodsbepaling van artikel 27, §1 Gemeentedecreet is echter door artikel 88, §3 ook van toepassing op de gemeentesecretaris. Dit artikel bepaalt dat men niet mag deelnemen aan de bespreking en stemming over een aangelegenheid waarin men een rechtstreeks belang heeft.

Maar het gaat hier om een loutere kennisgeving dat de algemeen directeur krachtens het decreet zelf aangesteld wordt. Er wordt beraadslaagd noch beslist. De gemeentesecretaris mag (moet) dus zeker aanwezig blijven.

Opgelet: door de invulling van rechtswege is de combi-functiehouder algemeen directeur vanaf de inwerkingtreding van de overgangsbepalingen van het DLB. Hij/zij zal dus als algemeen directeur de gemeenteraad en kennisname van dit agendapunt bijwonen.

7. Wat indien men op dit ogenblik als cumulerend functiehouder via een dubbele aanstelling meer dan 130 % salaris geniet (bv. 75 % bij zowel gemeente als OCMW)?

Artikel 581 DLB voorziet in een van rechtswege aanstelling als directeur bij de gemeente en dit met behoud van dienstverband. Met 'dienstverband' wordt op de aard van de tewerkstelling gedoeld (statutair, contractueel, mandaatfunctie).

MvT: “De functiehouder behoudt zijn dienstverband, wat betekent dat een mandaathouder bijvoorbeeld zijn contractvoorwaarden behoudt en de vastgestelde mandaatperiode blijft doorlopen.”

De functiehouder wordt daarbij van rechtswege personeelslid van de gemeente. Dit houdt een beëindiging van de aanstelling bij het OCMW in, gezien de nieuwe directeur dit OCMW voortaan bedient als personeelslid van de gemeente.

MvT: “Door de invulling van rechtswege is hij of zij vanaf de inwerkingtreding de algemeen directeur of financieel directeur als personeelslid van de gemeente en bedient hij of zij in dat ambt zowel de gemeente als het OCMW. Indien het de secretaris of financieel beheerder van het OCMW betrof, houdt dit dus de overdracht in van het betrokken personeelslid van het OCMW naar de gemeente.

Het decreet laat op het vlak van de vast te stellen salarisschaal geen ruimte. Indien men algemeen directeur wordt bij de gemeente en krijgt een salarisschaal van 130% van de (organieke) betrekking van gemeentesecretaris. Aan de oude betrekkingen van gemeentesecretaris en van OCMW-secretaris komt een einde, dus ook aan de salarissen gekoppeld aan die oude betrekkingen.

8. Kiest men het best voor aanstelling van rechtswege na een nieuwe beheersovereenkomst gemeente-OCMW of voor aanstelling van rechtswege na een oproep door de gemeenteraad met slechts één kandidatuur (bv. bij voorafgaande aanstelling in passende functie)?

Indien er één functiehouder is, zal deze van rechtswege directeur worden indien er op het ogenblik van de inwerkingtreding van de overgangsbepalingen toepassing is gemaakt van art. 76 §3 GD of art. 75 §3 OD dat voorziet in een uitoefening van beide ambten. In dit geval speelt artikel 581 DLB.

Indien geen toepassing is gemaakt van art. 76 §3 GD of art. 75 §3 OD, komt men in het scenario van artikel 583 DLB terecht (zie verder), waarbij de gemeenteraad de keuze heeft om de enige functiehouder op te roepen dan wel het ambt in te vullen via aanwerving of bevordering. Indien voor oproeping wordt geopteerd, zal de enige functiehouder van rechtswege directeur worden indien deze zich kandidaat stelt.

 

II. Artikel 583 - één of twee functiehouders

Ҥ1. Als de titularis van het ambt van gemeentesecretaris en de titularis van het ambt van secretaris van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat de gemeente bedient verschillende personen zijn, of als maar een van beide ambten ingevuld is, kan de gemeenteraad de titularissen of, in voorkomend geval, de titularis, oproepen om zich binnen dertig dagen kandidaat te stellen voor het ambt van algemeen directeur. Na het verstrijken van de termijn stelt het college van burgemeester en schepenen vast wie zich tijdig en ontvankelijk kandidaat heeft gesteld.

Als maar een van de personen, vermeld in het eerste lid, zich tijdig kandidaat heeft gesteld, wordt die persoon bij het verstrijken van de termijn om zich kandidaat te stellen, met behoud van zijn dienstverband, van rechtswege aangesteld als algemeen directeur bij de gemeente.

Als twee van de personen, vermeld in het eerste lid, zich tijdig kandidaat stellen, stelt de gemeenteraad uiterlijk op 1 augustus 2018 op basis van een systematische vergelijking van de titels en verdiensten een van hen met behoud van zijn dienstverband aan als algemeen directeur.

Als geen van de personen, vermeld in het eerste lid, zich tijdig kandidaat stelt of als de gemeenteraad geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid vermeld in het eerste lid, vult de gemeenteraad het ambt in door aanwerving of bevordering.
 
De gemeenteraad stelt de voorwaarden vast voor het ambt van algemeen directeur en stelt daarvoor de selectieprocedure vast. De algemeen directeur wordt gekozen in functie van de functiebeschrijving met functieprofiel en competentievereisten en van de toetsing aan de voorwaarden.

§2. Als de titularis van het ambt van financieel beheerder van de gemeente en de titularis van het ambt van financieel beheerder van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat de gemeente bedient verschillende personen zijn, of als maar een van beide ambten ingevuld is, kan de gemeenteraad de titularissen, of, in voorkomend geval, de titularis oproepen om zich binnen dertig dagen kandidaat te stellen voor het ambt van financieel directeur. Na het verstrijken van de termijn, stelt het college van burgemeester en schepenen vast wie zich tijdig kandidaat heeft gesteld.

Als maar een van de personen, vermeld in het eerste lid, zich tijdig kandidaat heeft gesteld, wordt die persoon bij het verstrijken van de termijn om zich kandidaat te stellen, met behoud van zijn dienstverband van rechtswege aangesteld als financieel directeur bij de gemeente.

Als twee van de personen, vermeld in het eerste lid, zich tijdig kandidaat stellen, stelt de gemeenteraad uiterlijk op 1 augustus 2018 op basis van een systematische vergelijking van de titels en verdiensten een van hen met behoud van zijn dienstverband aan als financieel directeur.

Als geen van de personen, vermeld in het eerste lid, zich tijdig kandidaat stelt of als de gemeenteraad geen gebruik maakt van de mogelijkheid vermeld in het eerste lid, vult de gemeenteraad het ambt in door aanwerving of bevordering. De gemeenteraad stelt voorwaarden vast voor het ambt van financieel directeur en stelt daarvoor de selectieprocedure vast. De financieel directeur wordt gekozen in functie van de functiebeschrijving met functieprofiel en competentievereisten en van de toetsing aan de voorwaarden.”

A. Wie ?

9. Kan een waarnemend functiehouder meedingen naar de functie van algemeen/financieel directeur?

Neen. Artikel 583 DLB spreekt van “titularis” van het ambt. Een waarnemend functiehouder neemt het ambt waar tot de titularis dit opnieuw opneemt en is bijgevolg geen titularis.

10. Kan een preventief geschorste functiehouder zich kandidaat stellen?

Ja. Artikel 583 DLB spreekt van “titularis” van het ambt. Een geschorste titularis wordt niet uitgesloten.

11. Kan een functiehouder die reeds langdurig afwezig is wegens ziekte zich kandidaat stellen?

Ja. Artikel 583 DLB spreekt van “titularis” van het ambt. Een titularis die langdurig afwezig is, wordt niet uitgesloten.

12. Kan een functiehouder die op proef werd aangesteld zich kandidaat stellen?

Ja. Artikel 583 DLB spreekt van “titularis” van het ambt. Ook een titularis van wie de proeftijd nog niet werd beëindigd, wordt niet uitgesloten.

13. Wat met een mandaatfunctie?

In de overgangsbepalingen wordt steeds bepaald dat de aanstelling, van rechtswege of na keuze na vergelijking van titels en verdiensten, geschiedt met behoud van het dienstverband.

Een secretaris of financieel beheerder die vandaag een mandaatfunctie geniet en die van rechtswege of na interne keuze van vergelijking van titels en verdiensten algemeen of financieel directeur wordt, behoudt de mandaatfunctie.

MvT: “De functiehouder behoudt zijn dienstverband, wat betekent dat een mandaathouder bijvoorbeeld zijn contractvoorwaarden behoudt en dat de vastgestelde mandaatperiode blijft doorlopen.”

B. Procedure?

14. Kan de gemeenteraad een aanstelling doen zonder de decretale graden te bevragen of hierin te kennen?

Ja. De procedure om tot de invulling van de nieuwe directeursfuncties te komen, voorziet niet in een formeel inspraakmoment, bevraging of noodzakelijke instemming. Na oproeping zal de functiehouder wel uitgenodigd worden om zich kandidaat te stellen, waarbij men de keuze heeft hier al dan niet op in te gaan.

15. Behoort een invulling van de directeursfuncties en gewaarborgde functies in overleg/consensus met de functiehouders tot de mogelijkheden?

Ja.
Om de overgang zo vlot en transparant mogelijk te doen verlopen, hetgeen de bekommernis van de decreetgever uitmaakt (MvT), kan in onderling overleg en overleg met het beleid tot een gedragen consensusvoorstel met invulling van de directeursfuncties en passende functies worden gekomen. Overleg lijkt ook evident vanuit de adviserende rol die de secretarissen en financieel beheerders decretaal toegewezen krijgen. De functiehouders zijn goed geplaatst om te adviseren over de invulling van de functie van directeur en over welke passende functie of adjunct-functie ingepast kan worden in de organisatie.

Eén en ander neemt evenwel niet weg dat het primaat van de politiek steeds moet gerespecteerd worden en ook de aanstellingsbevoegdheid en -opdracht van de gemeenteraad gevrijwaard moet blijven. Daar kan het overleg geen afbreuk aan doen.

16. Kan de gemeenteraad voor een aanwervings- of bevorderingsprocedure opteren, indien er twee zittende functiehouders zijn?

Ja. De gemeenteraad heeft ook indien er twee functiehouders zijn de keuze om ofwel de zittende functiehouders op te roepen, ofwel het ambt in te vullen via aanwerving of bevordering.

Dit blijkt uit de bewoordingen 'kan' en 'mogelijkheid' in artikel 583 DLB.

MvT: “Als het bestuur ervoor opteert om de functie open te stellen voor andere kandidaten dan de huidige secretarissen en financieel beheerders, zal naar analogie met artikel 582 de functie moeten worden ingevuld bij wijze van aanwerving en/of bevordering.”

17. Wat moet men doen indien men geen kandidaat is voor de directeursfunctie?

Indien men wordt opgeroepen maar geen kandidaat is, kan men zich eenvoudigweg onthouden van enige kandidaatstelling Het is ook mogelijk schriftelijk kenbaar te maken dat men niet
 
kandideert. Hierbij zou de betrokkene ook suggesties inzake passende functie kunnen opnemen aangezien het begrip 'passende functie' in beginsel ook slaat op de competenties en de belangstellingssfeer van het personeelslid.

18. Vanaf wanneer vangt de termijn van dertig dagen om zich kandidaat te stellen aan?

De functiehouders beschikken over dertig dagen om zich kandidaat te stellen. In de memorie van toelichting wordt verduidelijkt dat het gaat om “dertig dagen vanaf de dag volgend op de dag van de oproep.”

Bijgevolg gaat de termijn van dertig dagen maar in vanaf de dag die volgt op de dag van de oproepingsbrief.

19. Zijn er vormvereisten voor een kandidaatstelling ? Aan wie moet de kandidaatstelling worden gericht?

Er worden geen vormvereisten gesteld in artikel 583 DLB. Het komt aan het college van burgemeester en schepenen toe om vast te stellen wie zich tijdig en ontvankelijk kandidaat gesteld heeft. In de oproepingsbrief wordt het best vermeld op welke wijze (schriftelijk, digitaal, aangetekend, ...) en ter attentie van welk orgaan de kandidatuur wordt gericht.

20. Moet de OCMW-raad niet (mee) beslissen, aangezien deze in 2018 nog niet samenvalt met de gemeenteraad1 en de nieuwe directeur toch ook het OCMW zal bedienen?

Neen. Artikel 583 DLB behoudt de aanstelling van de nieuwe directeursfuncties voor aan de gemeenteraad van de gemeente. De directeurs zullen immers personeelsleden bij de gemeente zijn, die weliswaar ook het OCMW bedienen. Indien de secretaris of financieel beheerder van het OCMW als directeur wordt aangesteld, zal deze in dienst komen van de gemeente. De OCMW-raad kan hier hoogstens akte van nemen.

21. Moet voor financieel en algemeen directeur in dezelfde gemeente dezelfde procedure gevolgd worden?

Neen, dit wordt nergens verplicht voorgeschreven. Paragraaf 1 (secretarissen) en paragraaf 2 (financieel beheerders) van art. 583 DLB voorzien zelfstandig in een keuzemogelijkheid in hoofde van de gemeenteraad voor wat de aanstellingsprocedure betreft.

22. Moet er voor de invulling van de functie van algemeen en financieel directeur eenzelfde tijdspad aangehouden worden, waarbij de aanstellingsbesluiten op hetzelfde ogenblik worden genomen?

Neen, dit wordt nergens verplicht voorgeschreven. Vaak zal het immers zijn dat er al een gemeenschappelijk secretaris of financieel beheerder aanwezig is die van rechtswege algemeen/financieel directeur wordt, terwijl nadien voor de functie waar wel nog één of twee functiehouders in dienst zijn een aanstellingsbeslissing genomen moet worden na interne oproep dan wel aanwerving/bevordering.

23. Moet er bij de oproeping een functiebeschrijving gevoegd worden? Moet dit een nieuwe functiebeschrijving zijn of kan de huidige voor de decretale graden gehanteerd worden?

Artikel 583 DLB bepaalt dat de gemeenteraad na oproeping een keuze maakt op basis van een systematische vergelijking van titels en verdiensten van de kandidaten. In de rechtspraak wordt over deze vergelijkingstechniek gesteld dat een voorafgaande functiebeschrijving enkel vereist is indien de wet dit voorschrijft. In de overgangsregeling wordt niet in een verplichte voorafgaande functiebeschrijving voorzien.

Anderzijds bepaalt het huidige Rechtspositiebesluit dat de gemeenteraad de functiebeschrijving voor de decretale graden vaststelt.

Het is aangewezen om een nieuwe functiebeschrijving op te stellen. De functiebeschrijving van de oude betrekking bij het OCMW en bij de gemeente voldoet noch volstaat maar kan uiteraard wel een inspiratiebron zijn.

24. Moet er een examen afgelegd worden bij een aanwerving of bevordering?

Ja.
De aanwerving of bevordering gebeurt via een objectief gevoerde selectieprocedure. De gemeenteraad stelt daartoe de voorwaarden vast voor het ambt van directeur en stelt daarvoor de selectieprocedure vast. De directeur wordt gekozen in functie van de functiebeschrijving met functieprofiel en competentievereisten en van de toetsing aan de voorwaarden.

Overeenkomstig artikel 24 van het Rechtspositiebesluit moeten de selectietechnieken voor de gemeentesecretaris en dus algemeen directeur minstens een test bevatten die de managements- en leiderschapscapaciteiten van de kandidaten toetst, afgenomen door een extern selectiebureau. Voor de financieel beheerder en dus financieel directeur bevatten de selectietechnieken ten minste een proef die het financieel-economische inzicht van de kandidaat toetst (dit moet niet door een extern bureau gebeuren).

25. Moet het aanstellingsbesluit genomen worden in besloten zitting en met geheime stemming?

Overeenkomstig artikel 583 DLB komt het aan de gemeenteraad van de gemeente toe om de directeurs aan te stellen. Artikel 28 van het Gemeentedecreet is nog tot 1 januari 2019 van toepassing. Dat bepaalt dat de vergaderingen van de gemeenteraad openbaar zijn, behalve als het gaat om aangelegenheden die de persoonlijke levenssfeer raken. Ook na 1 januari 2019 voorziet het artikel 28 DLB in eenzelfde regeling. Personeelszaken zoals benoemingen gaan doorgaans gepaard met een bespreking over de persoonlijkheid van de kandidaten en raakt in dat geval aan de persoonlijke levenssfeer, zodat deze in besloten zitting plaatsvindt.

Op grond van artikel 35 van het Gemeentedecreet en artikel 35 DLB stelt de raad geheim over individuele personeelszaken.

26. Kan de gemeentesecretaris aanwezig blijven tijdens de behandeling van het agendapunt met betrekking tot de aanstelling van de algemeen directeur?

Neen. Op grond van artikel 27, §1 en 88, §3 Gemeentedecreet mag de gemeentesecretaris niet aanwezig zijn bij de behandeling van een agendapunt waarin hij een rechtstreeks belang heeft. De gemeentesecretaris dient in dat geval de vergadering te verlaten (artikel 27, §1 en 172 DLB regelen eenzelfde verbod voor de algemeen directeur). Zie echter ook vraag 6.

C. Vergelijking van titels en verdiensten?

27. Wat bedoelt men met een 'systematische vergelijking van de titels en verdiensten'?

Het gelijkheidsbeginsel en in het bijzonder de gelijke toegang tot het openbaar ambt, impliceert dat de overheid bij elke benoeming naar keuze de titels en verdiensten van de kandidaten moet onderzoeken en vergelijken op basis van objectieve en pertinente criteria, waarbij de benoeming moet berusten op wettige motieven. Deze rechtsplicht tot vergelijking vloeit tevens voort uit de verplichting in hoofde van de overheid om het algemeen belang na te streven, wat bij benoemingen impliceert dat de meest bekwame kandidaat moet worden gekozen en benoemd.

De rechtsplicht tot vergelijking vormt met andere woorden een algemeen beginsel in het benoemingscontentieux en geldt ook indien daar niet wettelijk in voorzien is. Daarbij moet de overheid een vergelijkend onderzoek doorvoeren en moet zij de titels en verdiensten van de kandidaten vergelijken en tegen elkaar afwegen.

Het moet gaan om een concrete beoordeling, in relatie tot de vacante betrekking. De vergelijking moet objectief zijn, waarbij voor iedere kandidaat dezelfde beoordelingscriteria worden toegepast.

28. Wie stelt de beoordelingscriteria vast?

De aanstellende overheid is bevoegd om de beoordelingscriteria te bepalen en het gewicht dat aan de verschillende criteria moet worden gehecht. Voor de directeursfuncties is de gemeenteraad de bevoegde aanstellende overheid, zodat zij de beoordelingscriteria moet bepalen.

29. Welke titels en verdiensten kunnen als beoordelingscriteria worden gehanteerd?

De beoordelingscriteria moeten wettig, voor alle kandidaten gelijk, objectief en duidelijk zijn en in verband staan met de te begeven functie..

Voorbeelden van wettige beoordelingscriteria zijn: opleiding (diploma's en navorming), examenresultaten, beoordelingen, bekwaamheid, ervaring in de materie, ervaring in de dienst, leidinggevende capaciteiten, inzet en initiatief, sociale ingesteldheid, anciënniteit, tuchtstraffen.

30. Zijn er titels en verdiensten die niet gehanteerd kunnen/mogen worden?

Een loutere keuze op grond van anciënniteit is niet mogelijk. Anciënniteit kan een beoordelingselement uitmaken, maar niet het enige of beslissende criterium zijn. Hetzelfde geldt voor leeftijd, aangezien dit discriminerend voorkomt.

Ook loutere stijlformules zoals een keuze 'op grond van bekwaamheden, kennis en verdiensten' is problematisch, net zoals verwijzingen naar 'het gezond verstand' of de 'innemende persoonlijkheid' van de kandidaat. De criteria moeten immers voldoende duidelijk zijn.

31. Moeten de beoordelingscriteria voorafgaandelijk vastgesteld te worden?

Neen.
De rechtspraak is in die zin gevestigd dat het vooraf vaststellen van de beoordelingscriteria enkel vereist is indien dit wettelijk is voorgeschreven. In de overgangsbepalingen wordt niet in een voorafgaande vaststelling voorzien, zodat dit strikt genomen geen verplichting vormt in hoofde van de overheid.

Achteraf zal uit de formele motivering van de beslissing wel moeten blijken welke criteria de overheid heeft gehanteerd en welk gewicht zij hieraan gehecht heeft.
 

32. Moeten de beoordelingscriteria voorafgaandelijk bekend gemaakt worden?

Neen.
Indien dit niet wettelijk voorgeschreven is, rust er in principe geen verplichting op de overheid om voorafgaandelijk de criteria bekend te maken aan de kandidaten. In de overgangsbepalingen wordt niet in een voorafgaande bekendmaking voorzien, zodat dit strikt genomen geen verplichting vormt in hoofde van de overheid.

Achteraf zal uit de formele motivering van de beslissing wel moeten blijken welke criteria de overheid heeft gehanteerd en welk gewicht zij hieraan gehecht heeft.

Uit het functieprofiel kan wel blijken welke competenties het bestuur belangrijk vindt en naar welk profiel men op zoek is.

33. Kunnen er verschillende beoordelingscriteria gehanteerd worden voor de algemeen en financieel directeur?

Ja dat kan. Aangezien de criteria in verband moeten staan met de te verlenen functie, is het mogelijk dat deze verschillen voor de functies van algemeen en financieel directeur gezien hun verschillende inhoud.

34. Is een examen, assessment, selectieproef, interview, ... mogelijk?

Ja.
Artikel 583 DLB bepaalt enkel dat de gemeenteraad, zo er twee kandidaten zijn, op basis van een systematische vergelijking van titels en verdiensten een directeur aanstelt. Het artikel bepaalt niet dat de raad een selectieprocedure moet vaststellen.

Een systematische vergelijking van titels en verdiensten sluit niet uit dat een proef (bijvoorbeeld interview, assessment, ...) georganiseerd wordt om de titels en verdiensten van de kandidaten beter te kunnen peilen, de vergelijking en keuze (beter) te kunnen onderbouwen. De proef mag evenwel niet tot gevolg hebben dat een kandidaat wordt uitgesloten. Enkel een ondersteunende proef is bijgevolg mogelijk.

35. Beide functiehouders gaan in consensus akkoord wie directeur wordt, maar wensen de andere functiehouder in de wervingsreserve op te nemen. Aangezien voorgeschreven wordt dat men zich voor een opname in de wervingsreserve kandidaat moet stellen, komt men alsnog in een scenario van vergelijking van titels en verdiensten terecht. Hoe is het consensusmodel hiermee verzoenbaar?

Artikel 589, §3, tweede lid DLB stelt geen verplichting tot kandidaatstelling als voorwaarde voor de opname in de wervingsreserve. Het is de gemeenteraad die beslist of er een wervingsreserve vastgesteld wordt en welke regels daartoe gelden.

Artikel 589 DLB regelt drie waarborgen. In artikel 589, §1 en §2 DLB wordt de eerste waarborg, die van aanstelling in een andere betrekking met behoud van rechten, geregeld. Deze waarborg geldt ongeacht of de personen waarvan sprake in artikel 583, §1 en §2 DLB zich nu bij de gesloten procedure kandidaat stelden of niet. Het 'kandidaat-vereiste' wordt bewust niet gesteld in 589, §1 en 2 DLB. Dat is uitdrukkelijk de bedoeling geweest. In de memorie wordt dit bij de bespreking van artikel 589 DLB ook zo toegelicht.

Artikel 589, §3 DLB regelt vervolgens wie in aanmerking komt voor de waarborgen van 'vrijstelling' en 'reserve'. Het stelt als (enige) voorwaarde dat het moet gaan om personen vermeld in artikel 589, §1, en §2 DLB.
 
Kortom, door de uitdrukkelijke verwijzing in artikel 589, §3 DLB naar de personen vermeld in §1 en §2 geldt dat wie de eerste waarborg geniet meteen ook het voordeel van de vrijstelling en, in voorkomend geval, van de reserve geniet. Vermits voor het genieten van de eerste waarborg het kandidaat-vereiste niet relevant is, is het dat dus ook niet voor de overgangsvrijstelling en in beginsel ook niet voor de overgangsreserve.

Wat de overgangsreserve betreft, wordt in art. 589,§3, lid 2 DLB de gemeenteraad niet alleen de mogelijkheid verleend een wervingsreserve aan te leggen, maar krijgt de raad ook de bevoegdheid de regels van de wervingsreserve te bepalen, waaronder verplichtend de termijn van de reserve en de regels van behoud of verlies van opname in de reserve. Vermits de raad de regels kan vaststellen kan hij ook een 'kandidaat-vereiste' stellen en dus bepalen dat alleen degene die zich kandidaat stelde in de gesloten procedure wordt opgenomen in de reserve. In het verlengde daarvan geldt dan dat in beginsel geen 'kandidaat-vereiste' voor de reserve van toepassing is tenzij de raad het uitdrukkelijk als regel heeft gesteld.

Zie ook vraag 54 en 79.

D. Timing?

36. Kan de gemeenteraad besluiten dat de aanstelling pas uitwerking heeft vanaf 1 januari 2019? Dus kan de inwerkingtreding voorzien worden op een andere (latere) datum dan 1 augustus 2018?

Dit is niet mogelijk. Artikel 583 DLB bepaalt dat uiterlijk op 1 augustus 2018 een aanstelling door de gemeenteraad geschiedt. Artikel 587 DLB voorziet de onmiddellijke overdracht van de taken en bevoegdheden naar de nieuwe directeurs vanaf hun aanstelling en dit uiterlijk op 1 augustus 2018. Een latere inwerkingtreding is bijgevolg niet mogelijk. Na 1 januari 2019 zijn aanstellingen overeenkomstig artikel 585 DLB het prerogatief van de nieuw verkozen gemeenteraad.

37. Kan men vroeger een beslissing nemen maar deze pas laten ingaan op 1 augustus 2018?

Dit kan. Artikel 583 DLB bepaalt dat de gemeenteraad “uiterlijk” op 1 augustus 2018 een directeur aanstelt. In de memorie van toelichting bij artikel 587 DLB wordt toegelicht dat de taken en bevoegdheden “uiterlijk” op 1 augustus 2018 naar de nieuwe directeurs overgaan. Een vroegere aanstelling met effectieve ingang vanaf 1 augustus 2018 (uiterste datum) is zodoende mogelijk.

Indien de aanstelling van rechtswege plaats vindt, is een latere inwerkingtreding niet mogelijk .

E. Gevolgen?

38. Moet een nieuwe proefperiode worden doorlopen?

Indien de functie wordt ingevuld in statutair dienstverband na aanwerving of bevordering, is in eerste instantie steeds een aanstelling op proef vereist en dient een nieuwe proefperiode te worden doorlopen. Bij een aanstelling van rechtswege of na vergelijking van titels en verdiensten, is slechts een resterende proefperiode aan de orde voor zover de aangestelde directeur als secretaris of financieel beheerder nog een proeftijd doorliep.

Volgende situaties zijn dus mogelijk:

Wanneer met toepassing van artikel 582 of 583 DLB de aanstelling gebeurt na aanwerving of bevordering in statutair dienstverband, wordt de directeur aangesteld op proef.

Bij aanstelling van rechtswege, hetzij in toepassing van artikel 581 DLB hetzij in toepassing van artikel 583, §1 en §2, tweede lid DLB, wordt de directeur aangesteld met behoud van dienstverband. Ook bij aanstelling na vergelijking met toepassing van artikel 583 DLB geschiedt de aanstelling met behoud van dienstverband.

Logisch geredeneerd betekent 'met behoud van dienstverband' het volgende:

de functiehouder die contractueel is wordt tot directeur in contractueel dienstverband aangesteld (geen proefperiode)

de functiehouder in vast statutair dienstverband wordt aangesteld tot directeur in datzelfde dienstverband (geen proefperiode)

de functiehouder die statutair is op proef, wordt statutair directeur op proef (resterende proefperiode)

de functiehouder mandaathouder op proef wordt aangesteld als directeur- mandaathouder op proef (resterende proefperiode)

Deze logica kan doorgetrokken worden naar de betrekking van AAD/AFD/passende functie omdat eenieder in principe zijn dienstverband behoudt.

De memorie bij artikel 588 DLB geeft wel aan dat de van rechtswege aangestelde directeur geacht wordt de proeftijd te hebben volbracht. Dit kan uitsluitend betrekking hebben op de secretaris/financieel beheerder in vast statutair dienstverband (dus niet langer op proef). Het decreet bepaalt immers dat men wordt aangesteld met behoud van zijn dienstverband.

39. Moet opnieuw een eed worden afgelegd? In welke gevallen?

De memorie bij artikel 588 geeft aan dat de directeur van rechtswege geacht wordt de eed te hebben afgelegd. In alle andere situaties, aanstelling ingevolge aanwerving of bevordering of na vergelijking van titels en verdiensten, moet de eed zeker nog worden afgelegd.
Hoewel de raad enkel kan kennis nemen van deze aanstelling, kan ook bij de aanstelling van rechtswege een eedaflegging worden georganiseerd. Het is een mooie gelegenheid om als raad ook met deze directeur plechtig van start te gaan.

III. Artikel 584 - waarnemend directeur

“§1. Als er op 1 augustus 2018 geen algemeen directeur noch een waarnemend algemeen directeur is, wordt met ingang van 1 augustus 2018 de persoon, vermeld in artikel 583, §1, eerste lid, met de meeste anciënniteit in de betrekking van secretaris, van rechtswege aangesteld als waarnemend algemeen directeur. Bij afwezigheid, verhindering of beëindiging van die waarneming, regelt de gemeenteraad de vervanging met behoud van de toepassing van artikel 586.

De waarnemend algemeen directeur oefent alle bevoegdheden uit van de algemeen directeur. Hij blijft in elk geval waarnemend algemeen directeur gedurende de periode van 1 augustus 2018 tot aan de aanstelling van de algemeen directeur door de gemeenteraad op de eerstvolgende vergadering volgend op de installatievergadering van de gemeenteraad na de algehele vernieuwing van de gemeenteraad.

§2. Als op 1 augustus 2018 er geen financieel directeur noch een waarnemend financieel directeur is, dan is met ingang van 1 augustus 2018 de persoon, vermeld in artikel 583, §2, eerste lid, met de meeste anciënniteit in de betrekking van financieel beheerder, van rechtswege waarnemend financieel directeur. Bij afwezigheid, verhindering of beëindiging van deze waarneming, regelt de gemeenteraad, met behoud van de toepassing van artikel 586, de vervanging.

De waarnemend financieel directeur oefent alle bevoegdheden uit van de financieel directeur. Hij blijft in elk geval waarnemend financieel directeur gedurende de periode van 1 augustus 2018 tot aan de aanstelling van de algemeen directeur door de gemeenteraad op de eerstvolgende vergadering die volgt op de installatievergadering van de gemeenteraad na de algehele vernieuwing van de gemeenteraad.”

40. Welke anciënniteit wordt bedoeld? Ook anciënniteit in andere ambten en besturen?

Het gaat vooreerst enkel om de anciënniteit “in de betrekking van secretaris” en “in de betrekking van financieel beheerder”, ongeacht de gemeente of het OCMW waar deze betrekking werd uitgeoefend. Ook anciënniteit in de functie van secretaris of financieel beheerder in een ander bestuur telt mee. Andere voordien uitgeoefende betrekkingen worden niet meegerekend.

Mvt: “Het is de zittende secretaris met de meeste anciënniteit in dat ambt die dan waarnemer van rechtswege wordt.”

41. Wat indien beide titularissen evenveel anciënniteit hebben?

Dit is niet geregeld. Het is belangrijk om mee te geven dat de decretale oplossing ex artikel 584 DLB (waarnemend algemeen/financieel directeur) pas in werking treedt als er geen titelvoerend algemeen directeur resp. financieel directeur aangesteld werd én de gemeenteraad zelf geen waarnemer heeft aangeduid. In de uitzonderlijke situatie dat beide functiehouders exact evenveel anciënniteit hebben, lijkt het aangewezen dat de gemeenteraad een waarnemend directeur aanduidt voor 1 augustus 2018.

42. Kan een ander personeelslid dan secretaris of financieel beheerder waarnemend directeur zijn, indien tegen 1 augustus 2018 geen directeur werd aangesteld?

Ja. Als er tegen 1 augustus 2018 geen titelvoerend algemeen directeur resp. financieel directeur aangesteld is, kiest de gemeenteraad zelf wie ze als waarnemer aanstelt. Dat kan volgens artikel 584 DLB ook iemand anders zijn dan (een van) de huidige secretaris(sen) resp. financieel beheerder(s).

(Enkel) als de gemeenteraad zelf uiterlijk op 1 augustus 2018 geen waarnemer aangesteld heeft treedt de decretale, ambtshalve regeling in werking en zal de secretaris resp. financieel
 
beheerder met de meeste anciënniteit in de functie als waarnemer aangesteld zijn. Deze waarneming van rechtswege wordt wel voorbehouden aan de zittende secretarissen en financieel beheerders, zodat in dat geval een ander personeelslid niet in aanmerking komt. Dit aangezien artikel 584 DLB hiervoor opnieuw verwijst naar artikel 583, eerste lid DLB waarin sprake is van de 'titularis' van het ambt fan secretaris of financieel beheerder.

MvT: “In het geval er geen algemeen directeur of waarnemend algemeen directeur is op 1 augustus 2018, wordt de functie van directeur van rechtswege waargenomen tot na de verkiezing. Het is de zittende secretaris met de meeste anciënniteit in dat ambt die dan waarnemer van rechtswege wordt. Indien dat niet (meer) mogelijk is, zal die rol toekomen aan de adjunct-algemeen directeur en als dat niet mogelijk is, wordt een waarnemer aangesteld volgens de vervangingsregeling die de gemeenteraad vaststelt.

 

IV. Artikel 585 - aanstelling door nieuwe gemeenteraad

“§1. Als de gemeenteraad op 1 augustus 2018 geen algemeen directeur heeft aangesteld, zet de gemeenteraad op de eerstvolgende vergadering die volgt op de installatievergadering van de gemeenteraad na de algehele vernieuwing van de gemeenteraad en met toepassing van artikel 583, §1, de procedure tot invulling van het ambt voort.

In voorkomend geval, als de gemeenteraad nog geen oproep als vermeld in artikel 583, §1, heeft gedaan noch een aanwervings- en of bevorderingsprocedure is opgestart, kan de gemeenteraad, met toepassing van artikel 583, §1, een oproep doen tot kandidaatstelling bij de gemeentesecretaris en de secretaris van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat de gemeente bedient, die op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit artikel in dienst waren of overgaan tot bevordering of aanwerving.

§2. Als de gemeenteraad op 1 augustus 2018 geen financieel directeur heeft aangesteld, zet de gemeenteraad op de eerstvolgende vergadering die volgt op de installatievergadering van de gemeenteraad na de algehele vernieuwing van de gemeenteraad en met toepassing van artikel 583, §2, de procedure tot invulling van het ambt voort.

In voorkomend geval, als de gemeenteraad nog geen oproep als vermeld in artikel 583, §2, heeft gedaan noch een aanwervings- en of bevorderingsprocedure is opgestart, kan de gemeenteraad, met toepassing van artikel 583, §2, een oproep doen tot kandidaatstelling bij de financieel beheerder van de gemeente en de financieel beheerder van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat de gemeente bedient, die op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit artikel in dienst waren of overgaan tot bevordering of aanwerving.”

43. Hoelang kan de nieuwe gemeenteraad wachten met het nemen van een beslissing?

De nieuwe gemeenteraad moet op de eerstvolgende vergadering na de installatievergadering van de gemeenteraad, de procedure tot invulling van de directeursfuncties voortzetten. Indien er al een oproeping en kandidaatstelling plaatsgevonden heeft, moet de gemeenteraad dan een keuze maken (tenzij er maar 1 kandidaat zou zijn).

Indien de procedure nog niet werd opgestart, moet de gemeenteraad deze in deze eerstvolgende vergadering opstarten.

Afhankelijk van de stand van de aanstellingsprocedure, zal de gemeenteraad deze dus moeten voortzetten. Een uiterste datum waarop de procedure moet worden afgerond in 2019 is er niet.

44. Is de nieuwe gemeenteraad gebonden door de gekozen procedure door de vorige gemeenteraad?

Enkel wanneer de aftredende gemeenteraad in 2018 reeds een keuze heeft gemaakt (interne oproeping vs. externe aanwerving of bevordering), maar de procedure nog niet voltooid heeft. In dat geval zet de gemeenteraad de procedure tot invulling van het ambt voort. Dus indien de vorige gemeenteraad ervoor opteerde om de zittende functiehouders op te roepen, wordt de voorrangsregeling door de nieuwe gemeenteraad gerespecteerd. Indien de vorige gemeenteraad het ambt extern openstelde, zet de gemeenteraad de procedure van aanwerving en/of bevordering verder.

Indien de gemeenteraad voor 1 augustus 2018 nog geen procedure heeft opgestart en dus nog geen oproep heeft gedaan noch een aanwervings- of bevorderingsprocedure is opgestart, beschikt de nieuwe gemeenteraad wel over een zelfstandige keuze. In dat geval zal de nieuwe gemeenteraad ofwel de functiehouders oproepen, ofwel overgaan tot bevordering of aanwerving.

Ook als de gemeenteraad in 2018 voor een bepaalde procedure gekozen heeft, maar deze werd beëindigd zonder een (geslaagde) kandidaat op te leveren, kan de nieuw samengestelde gemeenteraad kiezen via welke procedure tot aanwerving en/of bevordering ze het ambt invult.

 

V. Artikel 587 - taken en bevoegdheden

“De algemeen directeur oefent de taken en bevoegdheden uit die overeenkomstig artikel 58 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 en artikel 52 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra of overeenkomstig andere wettelijke of decretale bepalingen aan de gemeentesecretaris en aan de secretaris van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn zijn toevertrouwd.

De financieel directeur oefent de taken uit die door of krachtens de wet of het decreet aan de gemeenteontvanger, aan de financieel beheerder van de gemeente, aan de ontvanger van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en aan de financieel beheerder van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn zijn toevertrouwd.

De directeurs, vermeld in het eerste en tweede lid, staan ten dienste van zowel de gemeente als van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat de gemeente bedient. De gemeenteraad regelt hun vervanging bij afwezigheid, verhindering en in geval van een vacature na 1 augustus 2018.”

45. Wie woont de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn bij na de aanstelling van de algemeen directeur in 2018?

De algemeen directeur oefent vanaf zijn/haar aanstelling alle taken en bevoegdheden uit die in de diverse regelgevingen, waaronder het OCMW-decreet aan de gemeente- en OCMW- secretaris zijn toevertrouwd. Overeenkomstig artikel 87, §1 OCMW-decreet woont de OCMW- secretaris de vergaderingen van de raad voor maatschappelijk welzijn bij, hetgeen aan de algemeen directeur zal toekomen vanaf de aanstelling.

MvT: “De nieuwe (waarnemende) functiehouder neemt op 1 augustus 2018 alle ambtsbevoegdheden van de secretarissen en/of financieel beheerders over.”

46. Wie woont de vergaderingen van de raad voor maatschappelijk welzijn bij na 1 augustus 2018, indien de gemeenteraad de functie van algemeen directeur nog niet invulde?
 
Indien de gemeenteraad op 1 augustus 2018 geen algemeen directeur aanstelde, wordt vanaf deze datum een waarnemend algemeen directeur van rechtswege aangesteld. Dit neemt niet weg dat de gemeenteraad zelf voor deze datum een waarnemend directeur kan aanstellen. De waarnemend algemeen directeur oefent ongeacht de wijze van aanstelling (beslissing gemeenteraad vs. van rechtswege) alle bevoegdheden uit van de algemeen directeur, zodat de waarnemend algemeen directeur de vergaderingen van de raad voor maatschappelijk welzijn dient bij te wonen.

47. Kan de bevoegdheidsoverdracht van de secretarissen of financieel beheerders naar de nieuwe algemeen of financieel directeur worden uitgesteld, tot bijvoorbeeld 1 januari 2019 of later?

Neen. Overeenkomstig artikel 609, tweede lid DLB treedt ook artikel 587 DLB dat in de overdracht van taken en bevoegdheden naar de nieuwe directeurs voorziet, reeds in werking tien dagen na de publicatie van het decreet in het Belgisch Staatsblad.

MvT: “Uiterlijk op 1 augustus 2018 gaan alle taken en bevoegdheden van de secretarissen en financieel beheerders over naar de algemeen directeur of de financieel directeur (al dan niet waarnemend).”

Zie ook vraag 36.

48. Als de aanstelling van de directeur gebeurd is, put die dan zijn bevoegdheden al uit het decreet lokaal bestuur, zelfs als die bepalingen nog niet in werking getreden zijn? Artikel 174 DLB (resp. 178 DLB) dat stelt de algemeen (resp. financieel) directeur de bevoegdheden uitoefent die aan de secretaris (resp. financieel beheerder) zijn toevertrouwd, treedt pas in werking op 1 januari 2019. Of oefent de algemeen (resp. financieel) directeur de bevoegdheden van de gemeentesecretaris/OCMW-secretaris (resp. financieel beheerders) in het gemeentedecreet/OCMW-decreet uit?

Het decreet lokaal bestuur zelf treedt grotendeels pas in werking op 1 januari 2019. De aanstelling van algemeen en financieel directeur gaat het decreet lokaal bestuur bijgevolg vooraf, tenzij geen beslissing wordt genomen voor 1 augustus 2018. Om dit te overbruggen bepaalt artikel 587 DLB dat de algemeen (resp. financieel) directeur in deze overgangsfase alle taken en bevoegdheden uitoefent die het Gemeente- en OCMW-decreet aan de secretaris (resp. financieel beheerder) van gemeente en OCMW toevertrouwen. De directeurs staan vanaf hun aanstelling ten dienste van gemeente en OCMW (artikel 587, derde lid DLB).

De directeuren oefenen in eerste instantie dus nog de bevoegdheden conform de huidige organieke decreten uit, maar wel ten dienste van de beide besturen (gemeente en OCMW), om pas na 1 januari 2019 binnen het kader van het decreet lokaal bestuur te opereren.

VI. Artikel 588 - salaris en rechtspositieregeling

“§1. De algemeen directeur wordt met behoud van zijn geldelijke anciënniteit ingeschaald in de salarisschaal van algemeen directeur zoals die door de gemeenteraad wordt vastgesteld.

De salarisschaal van de algemeen directeur is gelijk aan de salarisschaal van de gemeentesecretaris verhoogd met 30%.

De waarnemend algemeen directeur, vermeld in artikel 584, §1, krijgt een waarnemingstoelage die gelijk is aan het verschil tussen het salaris dat hij bij een aanstelling in het ambt van algemeen directeur zou ontvangen en het salaris dat de gemeentesecretaris respectievelijk de secretaris van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kreeg.

§2. De financieel directeur wordt met behoud van zijn geldelijke anciënniteit ingeschaald in de salarisschaal van financieel directeur zoals die door de gemeenteraad wordt vastgesteld.
 
De salarisschaal van de financieel directeur is gelijk aan de salarisschaal van de financieel beheerder verhoogd met 30 %.

De waarnemend financieel directeur, vermeld in artikel 584, §2, krijgt een waarnemingstoelage die gelijk is aan het verschil tussen het salaris dat hij bij een aanstelling in het ambt van financieel directeur zou ontvangen en het salaris dat de financieel beheerder van de gemeente respectievelijk van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kreeg.”

§3 Voor de ambten vermeld in paragraaf 1 en 2, en voor de adjunct- algemeen directeur, vermeld in artikel 586, is de geldende rechtspositieregeling van de secretarissen, de adjunct- secretarissen en de financieel beheerders van overeenkomstige toepassing.

De lopende tuchtprocedures en evaluatieprocedures worden verder afgehandeld overeenkomstig de bepalingen die van toepassing waren voor de inwerkingtreding van dit artikel.

49. Vanaf wanneer gaat de nieuwe salarisschaal van 130 % in?

De verhoging met 30 % is decretaal bepaald en gaat zodoende in zodra de aanstelling als directeur plaatsvindt.

Voor de van rechtswege aangestelde directeurs die al een combi-functie uitoefenden is dit onmiddellijk, dit wil zeggen op de tiende dag na de publicatie van het decreet lokaal bestuur in het Belgisch Staatsblad. Dat de raad de salarisschaal ook concreet moet vaststellen (in de rechtspositieregeling van het personeel), neemt niet weg dat van zodra men directeur is, men ook aanspraakgerechtigd is op het decretaal voorziene salaris.

Voor de directeurs die na een externe (aanwerving/bevordering) of interne (oproeping functiehouders) procedure worden aangesteld zal de nieuwe salarisschaal ingaan vanaf de aanstelling.

Opgelet: in er zich na de interne oproep maar één titularis kandidaat stelt, vindt de aanstelling van rechtswege plaats “bij het verstrijken van de termijn om zich kandidaat te stellen.” In dat geval zal dus pas nadat de termijn van dertig dagen verlopen is, de nieuwe salarisschaal van 130 % ingaan.

50. Treedt de salarisverhoging van 30 % van rechtswege in werking na publicatie in het Belgisch Staatsblad of pas na de beslissing/kennisname hiertoe door de gemeenteraad?

De verhoging met 30% is decretaal bepaald en gaat zodoende in zodra de aanstelling als directeur plaatsvindt.

Er zijn dus drie situaties mogelijk:

Salarisverhoging vanaf de tiende dag na publicatie in het Belgisch Staatsblad (voor de situatie van combi-functies zoals bedoeld in artikel 581 DLB),

Salarisverhoging na afloop van de oproepingstermijn van 30 dagen (als zich slechts een van de titularissen kandidaat heeft gesteld - art. 583 §1 tweede resp. §2, tweede lid DLB).

Salarisverhoging vanaf het moment dat de beslissing van de gemeenteraad tot aanstelling als directeur uitwerking heeft (na vergelijking titels of verdiensten of na aanwerving of bevordering).

Het kan immers niet de bedoeling zijn dat een directeur het ambt uitoefent, terwijl de salarisschaal slechts maanden nadien wordt aangepast. Uitoefening van het ambt en salarisverhoging horen samen.

Zie ook vraag 49.
 
51. Moet onder het salaris van 130 % een 'all-in' vergoeding worden begrepen? Bevat dit ook eventuele andere vergoedingen of voordelen (bv. secretaris/bijzonder rekenplichtige politiezone, hulpverleningszone, ...)?

Overeenkomstig artikel 588 DLB is de salarisschaal van de directeur gelijk aan de salarisschaal van de secretaris of financieel beheerder verhoogd met 30 %. In de Memorie van Toelichting wordt hiervoor naar artikel 122 en 124 van het Rechtspositiebesluit van 7 december 2007 verwezen, dat de salarisschalen omvat voor de secretarissen en financieel beheerders.

Eventuele aanvullende vergoedingen die men geniet als secretaris of bijzonder rekenplichtige binnen een politiezone, zijn hier niet inbegrepen en vallen hier dus ook buiten in de overgang naar het decreet lokaal bestuur en de nieuwe rechtspositieregeling voor de directeursfuncties. Vergoedingen die men geniet als secretaris of bijzonder rekenplichtige binnen een politie- of hulpverleningszone vallen onder federale regelgeving. Het decreet over het lokaal bestuur doet daar geen afbreuk aan.

52. Wat als de gemeente in 2019 in een hogere categorie terechtkomt? Wordt dit meegenomen bij de berekening van het salaris van de nieuwe directeurs?

Ja. De salarisschaal van de algemeen directeur is gelijk aan de salarisschaal van de gemeentesecretaris verhoogd met 30 %. Hiervoor wordt verwezen naar de salarisschalen van artikel 122 en 124 van het Rechtspositiebesluit van 7 december 2007, samenhangend met de categorieën van inwonersaantallen.

Gelet op deze koppeling, zal een stijging in salarisschaal dus ook betekenen dat het salaris van de directeur stijgt en de 130% berekend wordt op de nieuwe schaal.

MvT: “De algemeen directeur en de financieel directeur krijgen de salarisschaal die verbonden is aan hetgeen bij decreet in overgang wordt bepaald. Hun inschaling is in beginsel gebaseerd op hetgeen is bepaald in artikel 122 en 124 van het besluit van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. Het salaris is 130% van [de] gemeentesecretaris.”

53. Wat met lopende evaluatie- en tuchtdossiers voor de directeursfuncties?

Artikel 588, §3, laatste lid DLB voorziet dat lopende tucht- en evaluatieprocedures ten aanzien van de nieuwe algemeen en financieel directeur verder afgehandeld worden overeenkomstig de bepalingen zoals deze golden voor de inwerkingtreding van de overgangsbepalingen van het DLB.

In de memorie van toelichting wordt bepaald dat deze procedures worden voortgezet, al dan niet door de (eventueel) nieuwe aanstellende en/of tuchtoverheid. De aanstelling als directeur kan immers een overdracht inhouden van het personeelslid van het OCMW naar de gemeente.

MvT: “Lopende tucht- en of evaluatieprocedures worden verder gezet volgens de regels van toepassing op het ogenblik van inwerkingtreding. Een tuchtvordering- en of evaluatieprocedure is uiteraard slechts lopende wanneer ze ook effectief is ingesteld. De aanstellende (en dus ook als tuchtoverheid) zal mogelijks niet meer de gemeenteraad, maar het college van burgemeester en schepenen zijn. Het is de 'nieuwe' bevoegde overheid die de procedure zal verderzetten (verjaringstermijn blijft gestuit), mits eerbied van de betreffende bepalingen. Zo zal mogelijks een nieuwe hoorzitting moeten worden georganiseerd.”
 
VII. Artikel 589 - waarborgregeling

“§1. De persoon, vermeld in artikel 583, §2, eerste lid, die niet wordt aangesteld als algemeen directeur, wordt op persoonlijke titel en met behoud van de aard van zijn dienstverband en geldelijke anciënniteit aangesteld hetzij als adjunct-algemeen directeur bij de gemeente, hetzij in een passende functie van niveau A bij de gemeente, het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat de gemeente bedient of bij een verzelfstandigde entiteit van de gemeente of vereniging van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat de gemeente bedient. Hij wordt aangesteld met behoud van de salarisschaal die hij kreeg als secretaris, zolang het salaris op basis daarvan gunstiger is dan het salaris dat hij zou krijgen na de inschaling in de passende functie.

§2. De persoon, vermeld in artikel 583, §2, eerste lid, die niet wordt aangesteld als financieel directeur wordt op persoonlijke titel en met behoud van de aard van zijn dienstverband en geldelijke anciënniteit aangesteld hetzij als adjunct-financieel directeur bij de gemeente, hetzij in een passende functie van niveau A bij de gemeente of bij het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat de gemeente bedient, of bij een verzelfstandigde entiteit van de gemeente of vereniging van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat de gemeente bedient. Hij wordt aangesteld met behoud van de salarisschaal die hij kreeg als financieel beheerder, zolang het salaris op basis daarvan gunstiger is dan het salaris dat hij zou krijgen na de inschaling in de passende functie.

De adjunct-financieel directeur staat de financieel directeur bij in de vervulling van zijn ambt, overeenkomstig het organisatiebeheersingssysteem, vermeld in artikel 217 tot en met 220. In afwijking van artikel 166 vervangt de adjunct-financieel directeur de financieel directeur als hij afwezig of verhinderd is. De gemeenteraad regelt die vervanging.

§3 Tot en met 31 december 2023 wordt de persoon, vermeld in paragraaf 1 en 2, geacht te voldoen aan de aanwervings- en bevorderingsvoorwaarden die door de gemeenteraad worden vastgesteld voor respectievelijke functie van algemeen directeur of financieel directeur.

De gemeenteraad kan bepalen dat de persoon, vermeld in paragraaf 1 en 2, wordt opgenomen in een wervingsreserve. De gemeenteraad stelt de regels voor de wervingsreserve vast. De gemeenteraad bepaalt:
1° de maximale geldigheidsduur van de wervingsreserves, met inbegrip van eventuele verlenging;
2° de regels volgens dewelke de kandidaten hun opname in de wervingsreserve behouden of verliezen.”

A. Wie ?

54. Moet men zich kandidaat stellen om in aanmerking te komen voor de waarborgregeling?

Er geldt geen 'kandidaat-vereiste' voor de passende functie met behoud van rechten, noch voor de vrijstelling van voorwaarden en selectie en, in voorkomend geval, evenmin voor de opname in de reserve.

Artikel 589 DLB regelt drie waarborgen. In artikel 589, §1 en §2 DLB wordt de eerste waarborg, die van aanstelling in een andere betrekking met behoud van rechten, geregeld. Deze waarborg geldt ongeacht of de personen waarvan sprake in artikel 583, §1 en §2 DLB zich nu bij de gesloten procedure kandidaat stelden of niet. Het 'kandidaat-vereiste' wordt bewust niet gesteld in 589, §1 en 2 DLB. Dat is uitdrukkelijk de bedoeling geweest. In de memorie wordt dit bij de bespreking van artikel 589 DLB ook zo toegelicht.

Artikel 589, §3 DLB regelt vervolgens wie in aanmerking komt voor de waarborgen van 'vrijstelling' en 'reserve'. Het stelt als (enige) voorwaarde dat het moet gaan om personen vermeld in artikel 589, §1, en §2 DLB.
 
Kortom, door de uitdrukkelijke verwijzing in artikel 589, §3 DLB naar de personen vermeld in §1 en §2 geldt dat wie de eerste waarborg geniet meteen ook het voordeel van de vrijstelling en, in voorkomend geval, van de reserve geniet. Vermits voor het genieten van de eerste waarborg het kandidaat-vereiste niet relevant is, is het dat dus ook niet voor de overgangsvrijstelling en in beginsel ook niet voor de overgangsreserve.

Wat de overgangsreserve betreft, wordt in art. 589,§3, lid 2 DLB de gemeenteraad niet alleen de mogelijkheid verleend een wervingsreserve aan te leggen, maar krijgt de raad ook de bevoegdheid de regels van de wervingsreserve te bepalen, waaronder verplichtend de termijn van de reserve en de regels van behoud of verlies van opname in de reserve. Vermits de raad de regels kan vaststellen kan hij ook een 'kandidaat-vereiste' stellen en dus bepalen dat alleen degene die zich kandidaat stelde in de gesloten procedure wordt opgenomen in de reserve. In het verlengde daarvan geldt dan dat in beginsel geen 'kandidaat-vereiste' voor de reserve van toepassing is tenzij de raad het uitdrukkelijk als regel heeft gesteld.

Zie ook vraag 35 en 79.

55. Is het mogelijk om via een terbeschikkingstelling in een passende (adjunct)functie te voorzien?

Dit is niet mogelijk. Artikel 589 DLB voorziet dat de persoon die geen directeur wordt, op persoonlijke titel wordt aangesteld hetzij als adjunct hetzij in een passende functie van niveau A.

B. Waarborgen ?

56. Blijft de niet aangestelde functiehouder bij aanstelling in passende functie beschikken over de decretale bescherming tijdens het evaluatietraject (evaluatie op politiek niveau)?

Indien de niet als directeur aangestelde functiehouder als adjunct-directeur wordt aangesteld, blijft de specifieke evaluatieregeling voor de decretale graden van toepassing. De decretale graden worden op eenzelfde wijze geëvalueerd.

Voor andere passende functies in niveau A geldt het regime dat van toepassing is op het gewoon personeel (m.n. dat een niet-decretale betrekking op A-niveau bekleedt).

57. Wat als de gemeente in 2019 omwille van een hoger bevolkingscijfer in een hogere klasse terecht komt? Wordt dit meegenomen bij de berekening van het salaris van de niet aangestelde functiehouder die recht heeft op een gewaarborgde functie (adjunct of passend) met minstens het behoud van salaris?

Artikel 589 DLB bepaalt dat de persoon die niet wordt aangesteld als directeur, minstens met behoud van de salarisschaal die hij/zij kreeg als secretaris/financieel beheerder, wordt aangesteld als adjunct-directeur of in een passende functie van niveau A.

Indien de gemeenteraad voor 1 augustus 2018 een nieuwe directeur aanstelt, gaan alle taken en bevoegdheden van de secretaris/financieel beheerder over naar de directeur. . Op dat ogenblik heeft de niet als directeur aangestelde secretaris of financieel beheerder recht op een gewaarborgde functie met behoud van salaris, hetgeen impliceert dat het de alsdan geldende salarisschaal betreft. Het mee overdragen van een verhoging in 2019 lijkt niet mogelijk te zijn.

MvT: “De nieuwe (waarnemende) functiehouder neemt op 1 augustus 2018 alle ambtsbevoegdheden van de secretarissen en/of financieel beheerders over. Dit houdt ook in dat die laatsten met toepassing van artikel 589, al dan niet voorlopig, een nieuw takenpakket moeten krijgen.”

58. Kan de niet gekozen functiehouder een hoger salaris worden toegekend (passend A-niveau)?

Overeenkomstig artikel 589 DLB worden de secretarissen en financieel beheerders die niet worden aangesteld als directeur, op persoonlijke titel aangesteld hetzij als adjunct-directeur hetzij in een passende functie van niveau A. Verder geldt dat hij/zij wordt aangesteld “met behoud van de salarisschaal die hij kreeg als secretaris [financieel beheerder], zolang het salaris op basis daarvan gunstiger is dan het salaris dat hij zou krijgen na de inschaling in de passende functie.”

Uitgangspunt is bijgevolg het behoud van de huidige salarisschaal die men geniet als secretaris of financieel beheerder, tenzij het salaris in de nieuwe functie gunstiger is. Een hoger salaris behoort in theorie bijgevolg tot de mogelijkheden, voor zover dit in het concrete geval kan worden verantwoord en gemotiveerd in het licht van de plaatselijke situatie en de invulling van de functie. Het komt aan de lokale autonomie van de gemeenteraden toe om de salarisschaal van de passende functie vast te stellen, binnen de grenzen van het Rechtspositiebesluit en rekening houdend met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (redelijkheidsbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel).

59. Welke salarisschaal kan aan de adjunct-algemeen directeur worden toegekend?

Artikel 586, tweede lid DLB bepaalt dat de gemeenteraad de salarisschaal van de adjunct- algemeen directeur vaststelt. Daarbij moet die salarisschaal wel lager blijven dan de salarisschaal die voor de algemeen directeur vastgesteld is. Dit komt overeen met de bepaling van het huidige Rechtspositiebesluit, nl. dat de gemeenteraad de salarisschaal van de adjunct- gemeentesecretaris vaststelt met als begrenzing dat deze lager moet blijven dan die voor de gemeentesecretaris. In de praktijk wordt aan de adjunct vaak een salaris toegekend uitgedrukt in een percentage van het salaris van de gemeentesecretaris.

60. Hoe kan een hoger salaris voor een adjunct-functie gemotiveerd worden?

De waarborgregeling voorziet minimaal in het behoud van salaris voor de niet als directeur aangestelde functiehouder. In bepaalde gevallen zal ook de niet aangestelde functiehouder echter zijn/haar takenpakket uitgebreid zien, gezien de implementatie van het Decreet Lokaal Bestuur en de daarin opgenomen organieke integratie van gemeente en OCMW inclusief veranderingstraject.

MvT: “Wat de opdracht en het takenpakket van de adjunct-algemeen directeur betreft, worden er met dit ontwerp van decreet geen bijzonderheden vastgesteld. De organieke bepalingen die op dit ogenblik gelden voor de adjunct-gemeentesecretaris, werden integraal overgenomen. Omdat de adjunct de directeur bijstaat en vervangt bij afwezigheid of verhindering zal zijn takenpakket op dat vlak verruimen.
 
C. Adjunct ?

61. Is een adjunct-functie mogelijk ongeacht het aantal inwoners?

Ja maar enkel bij wijze van overgangsregeling. In artikel 589 DLB wordt geen beperking verbonden aan de mogelijkheid om een adjunct, ten persoonlijke titel, aan te stellen. Als waarborgregeling is deze adjunct-functie dus ten persoonlijke titel -en dus tijdelijk/uitdovend- mogelijk.

Artikel 76 Gemeentedecreet (overgenomen in artikel 162 DLB) met begrenzing vanaf 60.000 inwoners is niet van toepassing op de overgangsregeling.

MvT: “Omdat er hierdoor meerdere adjuncten binnen een bestuur aanwezig kunnen zijn, is in artikel 584, §1, eerste lid, bepaald dat de gemeenteraad een vervangingsregeling moet bepalen.”

62. Is een adjunct-functie ook mogelijk voor een niet aangestelde financieel beheerder?

Ja. De financieel beheerder die niet wordt aangesteld als financieel directeur, kan als adjunct- financieel directeur aangesteld worden, en dit ongeacht het aantal inwoners. In elk geval gaat het hier altijd om een tijdelijke/uitdovende regeling, ook in gemeenten met meer dan 60.000 inwoners.

63. Moet de adjunct altijd een personeelslid van de gemeente zijn?

Ja. De niet aangestelde functiehouder wordt hetzij aangesteld als adjunct-directeur bij de gemeente, hetzij in een passende functie bij de gemeente, het OCMW of een verzelfstandigde entiteit van beide besturen. Voor de aanstelling in een adjunct-functie is de gemeenteraad bijgevolg bevoegd. Indien een voormalige secretaris of financieel beheerder van het OCMW als adjunct wordt aangesteld, wordt hij of zij personeelslid van de gemeente.

64. Welk orgaan dient tot de aanstelling van een adjunct-directeur te besluiten?

Indien de niet aangestelde functiehouder wordt aangesteld als adjunct-directeur, zal deze steeds een personeelslid van de gemeente zijn. Overeenkomstig artikel 41, tweede lid, 6° DLB komt het aanstellen van de adjunct-directeur toe aan de gemeenteraad, zonder mogelijkheid tot delegatie. Dat artikel treedt echter pas op 1 januari 2019 in werking, maar ook in de overgangsfase bepaalt artikel 43, §2, 7° van het Gemeentedecreet dat het aanstellen van de (adjunct-)secretaris en financieel beheerder een niet delegeerbare bevoegdheid in hoofde van de gemeenteraad vormt.

65. Wat is het takenpakket van de adjunct-directeur?

Vanaf 1 januari 2019 bepaalt artikel 175 DLB dat de adjunct-algemeen directeur de algemeen directeur bijstaat in de vervulling van zijn ambt, overeenkomstig het organisatiebeheersingssysteem. Hij/zij vervangt de algemeen directeur als hij/zij afwezig of verhinderd is.

In de overgangsfase zegt artikel 586 DLB dat de adjunct-algemeen directeur het ambt, de taken en de bevoegdheid uitoefent die de wetten en decreten aan de adjunct-gemeentesecretaris hebben toevertrouwd. Artikel 91 van het Gemeentedecreet voorziet in eenzelfde invulling.

Voor wat de niet aangestelde titularis betreft die bij uitzonderingsmaatregel ex artikel 589 DLB wordt aangesteld wordt de invulling niet specifiek geregeld. Het lijkt in elk geval duidelijk dat er in bepaalde gevallen, voor de gemeenten van + 60.000 inwoners, een onderscheid zal kunnen worden gemaakt en de AAD die ex artikel 586 DLB van rechtswege wordt aangesteld en diegene die bij wijze van overgangs- en uitzonderingsmaatregel ex art. 589 wordt aangesteld. Dit zal zich ook weerspiegelen in taken en bevoegdheden. Het lijkt aangewezen dit vanaf 1 januari 2019 vast te leggen in het organisatiebeheersingssysteem.

Voor de adjunct-financieel directeur, bepaalt artikel 589 DLB dat deze de financieel directeur bijstaat in de vervulling van zijn/haar ambt, overeenkomstig het organisatiebeheersingssysteem. Hij/zij vervangt tevens de financieel directeur bij afwezigheid of verhindering.

66. Komt een adjunct/passende functie later nog in aanmerking om directeur te worden?

Ja. Enerzijds wordt de niet aangestelde functiehouder die als adjunct/passende functie wordt aangesteld geacht te voldoen aan aanwervings- of bevorderingsvoorwaarden voor de functie van directeur en dit tot en met 31 december 2023. Anderzijds kan (facultatief) de gemeenteraad een wervingsreserve vaststellen, waarin de adjunct/passende funcie wordt opgenomen.

Indien geen wevingsreserve wordt aangelegd, zal men na 31 december 2023 afhankelijk van de gestelde voorwaarden kunnen deelnemen aan eventuele toekomstige vacatures voor de directeursfuncties.


D. Passende functie ?

67. Wat is een passende functie?

Het begrip 'passende functie' wordt niet gedefinieerd in het decreet of de overgangsbepalingen. Het moet wel gaan om “een passende functie van niveau A”.

In het verslag bij het huidige Rechtspositiebesluit, staat volgende toelichting:

Het begrip 'passende functie' moet in die zin geïnterpreteerd worden. Het beoogt evenredigheid, en houdt in dat een herplaatsing in een functie van dezelfde rang gebeurt in een evenwaardige functie en niet uitmondt in een degradatie. Er moet ook een redelijk verband zijn tussen de aanleiding voor de herplaatsing (gezondheid of evaluatie), en de voorgestelde functie of functies. De overheden moeten rekening houden met de competenties en de belangstellingensfeer van het personeelslid.”

En nog:

Bij reorganisatie van de diensten moeten de overheden bij het verdwijnen van bepaalde functies voor de statutaire functiehouders een andere gelijkwaardige en zo veel mogelijk vergelijkbare functie zoeken binnen hun organisatie.”

68. Vereist de invulling van de passende functie dat het organogram (voorafgaandelijk) wordt gewijzigd?

Het organogram geeft de organisatiestructuur van de diensten van de gemeente en het OCMW weer, geeft de gezagsverhoudingen aan en duidt de functies aan waaraan het lidmaatschap van het managementteam is verbonden.

Om uit te klaren wat de positie is van de passende functie binnen de organisatiestructuur, wat de gezagsverhouding is van de passende functie ten opzichte van de directeursfunctie en of hieraan het lidmaatschap van het managementteam is verbonden, lijkt een aanpassing van het organogram noodzakelijk in zoverre de passende functie op het A-niveau nog moet gecreëerd worden. Als de niet als directeur aangestelde secretaris of financieel beheerder herplaatst wordt in een bestaande, vacante functie op het A-niveau is uiteraard geen wijziging van het organogram nodig.
 
Tot en met 1 januari 2019 hebben gemeente en OCMW elk een eigen organogram. In vele besturen wordt echter al pragmatisch met één organogram gewerkt. Vanaf 1 januari 2019 moeten de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn één gezamenlijk organogram vaststellen (artikel 161 DLB).

Indien de timing dit toelaat en er een consensus bestaat, lijkt het mogelijk vooraf reeds het organogram aan te passen aan de nog in te vullen passende functie. Indien er meerdere kandidaten zijn voor de directeursfunctie, moet erover gewaakt worden dat de wijziging van het organogram geen voorafname vormt op de nog te maken keuze door de gemeenteraad. In dat geval lijkt een wijziging/regularisatie beter plaats te vinden nadat de aanstellingsbesluiten werden genomen.

69. Moet er voor de passende functie (voorafgaandelijk) een functiebeschrijving vastgesteld worden?

De functiebeschrijving wordt in het Rechtspositiebesluit gedefinieerd als de weergave van de functie-inhoud en van het functieprofiel, waaronder de competenties.

Indien de passende functie een bestaande functie binnen de gemeente of het OCMW vormt, kan gebruik gemaakt worden van de voorhanden zijnde functiebeschrijving. Indien het om een nieuwe functie gaat, wordt hiervoor een functiebeschrijving opgesteld, teneinde de functie- inhoud duidelijk te bepalen.

70. Welk orgaan moet over de aanstelling in een passende functie beslissen?

Indien de niet aangestelde functiehouder wordt aangesteld in een passende functie, zal dit ofwel bij de gemeente, ofwel bij het OCMW, ofwel bij een verzelfstandigde entiteit van de gemeente ofwel bij een vereniging van het OCMW zijn.

Afhankelijk hiervan zal het bijgevolg aan de aanstellende overheid van zowel het overdragende als het ontvangende bestuur toekomen om de aanstellingsbeslissing te nemen. Het betreft de overheid die de aanstellingsbevoegdheid heeft of toegewezen kreeg voor het overige personeel.

MvT: “Hierbij kunnen besturen ervoor opteren om de betrokkene in een passende functie aan te stellen in het eigen bestuur of via overdracht in het andere bestuur.”

71. Wie beslist over de functiebeschrijving, plaats in het organogram, rechtspositieregeling, ... van de passende functie?

Voor de decretale graden stelt de gemeenteraad de functiebeschrijving van de adjunct-functie vast. De aanstelling van een adjunct-directeur komt aan de gemeenteraad toe.

Voor de passende functie zal ofwel de gemeente ofwel het OCMW ofwel de verzelfstandigde entiteit van de gemeente ofwel de OCMW-vereniging bevoegd zijn als aanstellende overheid, afhankelijk van bij welke overheid de passende functie gesitueerd is. De beslissingsbevoegdheid zal afhangen van de vraag over welke passende functie het gaat en op welk bevoegdheidsniveau dit gesitueerd of gedelegeerd zit.

72. Kan een aanstelling in een functie bij het andere bestuur terwijl men toch personeelslid blijft van het eigen bestuur (bv. teneinde impact op Sociale Maribel uit te sluiten)?

Een dubbele voltijdse aanstelling binnen zowel gemeente als OCMW lijkt niet mogelijk te zijn. In dat geval wordt beter met een detachering vanuit het OCMW gewerkt, zodat men personeelslid van het OCMW blijft en ter beschikking wordt gesteld aan de gemeente of een ander bestuur.

73. Is een dubbele aanstelling mogelijk (bv. directeur woonzorgcentrum bij het OCMW en adjunct- algemeen directeur bij gemeente)?

Dit lijkt mogelijk te zijn, bijvoorbeeld via een dubbele halftijdse aanstelling waardoor op die manier tot één passende voltijdse functie wordt gekomen. Bij meer dan voltijdse prestaties gelden opnieuw de arbeids- en sociaalrechtelijke beperkingen.


E. Timing?

74. Wanneer dient de gewaarborgde passende functie uiterlijk ingevuld te worden?

Artikel 589 DLB bevat geen uiterste datum waarop de functiehouder die niet als directeur werd aangesteld, moet worden aangesteld als adjunct of in een passende functie.

Overeenkomstig artikel 587 DLB zullen de taken en bevoegdheden van de secretarissen en financieel beheerders van zowel gemeente als OCMW immers vanaf de aanstelling en uiterlijk op 1 augustus 2018 overgaan naar de directeursfuncties. Zodoende blijft er geen functie meer over, zodat in principe op dat ogenblik de passende functie moet ingevuld worden.

Analoog wordt deze redenering doorgetrokken voor wat betreft de waarnemende functie.

MvT: “De nieuwe (waarnemende) functiehouder neemt op 1 augustus 2018 alle ambtsbevoegdheden van de secretarissen en/of financieel beheerders over. Dit houdt ook in dat die laatsten met toepassing van artikel 589, al dan niet voorlopig, een nieuw takenpakket moeten krijgen.”

75. Moet er gelijktijdig een beslissing worden genomen over de invulling van de directeursfunctie en de niet gekozen functiehouder?

Neen. De overgangsbepalingen voorzien niet in de verplichting om gelijktijdig zowel de directeursfunctie als de gewaarborgde passende (adjunct)functie in te vullen.

76. Kan de passende functie reeds ingevuld worden vooraleer de gemeenteraad een oproep doet?

Artikel 589 DLB bepaalt dat de niet aangestelde functiehouder wordt aangesteld als adjunct of in een passende functie. Dit houdt een zekere chronologie in. De gewaarborgde functie en overige waarborgen ex artikel 589 DLB ontstaan pas nadat gebleken is dat men niet werd aangesteld als directeur.

77. Kan men de aanstelling van de directeur en de niet aangestelde functiehouder niet het best opsplitsen in twee beslissingen?

Men kan deze beslissingen inderdaad het best opsplitsen. Aangezien het om twee onderscheiden besluiten gaat, is het aangewezen om deze in twee afzonderlijke beslissingen op te nemen.
 
F. Verruimde mobiliteit?

78. Wat houden de bijkomende waarborgen/gunsten in paragraaf 3 van artikel 589 DLB in?

In artikel 589, §3 staat de mogelijkheid om voor een in tijd beperkte duur de niet aangestelde personen opnieuw mee in aanmerking te nemen bij toekomstige vacatures voor de directeursfuncties.

Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het eerste lid en het tweede lid.

Het eerste lid voorziet in een vrijstelling voor de functiehouder die niet als directeur werd aangesteld voor toekomstige openverklaringen, zowel binnen het eigen bestuur als in andere besturen. Dit is een recht voor de niet gekozen functiehouders: men wordt geacht te voldoen aan de aanwervings- of bevorderingsvoorwaarden. Bij een nieuwe openverklaring kan men meedingen, weliswaar in concurrentie met andere kandidaten.

Het tweede lid voorziet in de opname van de niet aangestelde functiehouder in een wervingsreserve. Hierdoor geeft het bestuur aan dat het bij een volgende vacature uit de wervingsreserve zal putten en dus niet extern zal werven. Dit is een gunst voor de niet gekozen functiehouders: de gemeenteraad kan hierin voorzien, maar moet hiertoe een beslissing nemen. Na opname in de wervingsreserve is er geen concurrentie met externen.

De gemeenteraad kan wel in regels voorzien volgens dewelke de kandidaten hun opname in de wervingsreserve behouden of verliezen.

Zie vraag 54.

79. Moet men zich kandidaat stellen om de verruimde mobiliteitsregeling van artikel 589, §3 te kunnen genieten?

Zowel in het eerste (aanwervings- en bevorderingsvoorwaarden) als in het tweede lid (wervingsreserve) wordt verwezen naar de persoon, vermeld in paragraaf 1 en 2 van artikel 589 DLB. In deze paragrafen wordt verwezen naar “de persoon, vermeld in artikel 583, §1 [§2), eerste lid, die niet wordt aangesteld als algemeen [financieel] directeur”.

In het eerste lid van dat artikel 583 DLB wordt naar alle functiehouders/titularissen verwezen die het ambt van secretaris of financieel beheerder invullen. Er wordt niet verwezen naar het tweede en derde lid van dit artikel, waar het gaat om de personen die zich kandidaat gesteld hebben.

Net zoals de vrijstelling (eerste lid) geldt voor de wervingsreserve (tweede lid) dat geen kandidaatstelling vereist is. Wel is de gemeenteraad bevoegd om de regels over de reserve vast te stellen en zou de 'kandidaatstelling' als bijkomende voorwaarden kunnen worden opgelegd.

Zie ook vraag 35 en 54.

80. Tot hoe lang kan de wervingsreserve behouden blijven?

Voor de wervingsreserve wordt voorzien dat de gemeenteraad de maximale geldigheidsduur van de wervingsreserves vaststelt, met inbegrip van eventuele verlenging. De gemeenteraad is niet gebonden door de vrijstellingsperiode (2023).

81. Is kruiselingse mobiliteit mogelijk tussen secretaris en financieel beheerder?

Neen. In het eerste lid van artikel 589, § 3 DLB wordt afzonderlijk verwezen naar de personen in paragraaf 1 (niet aangestelde secretaris) en paragraaf 2 (niet aangestelde financieel
 
beheerder), om vervolgens te bepalen dat deze geacht worden te voldoen aan aanwervings- en bevorderingsvoorwaarden tot eind 2023 voor de respectieve functie van algemeen of financieel directeur. Er wordt niet bepaald dat men ook kruiselings deze mogelijkheid kan genieten.

Voor de wervingsreserve in het tweede lid van paragraaf 2 wordt ook afzonderlijk verwezen naar de personen in paragraaf 1 (niet aangestelde secretaris) en paragraaf 2 (niet aangestelde financieel beheerder. Vervolgens wordt echter meer algemeen bepaald dat deze beide categorieën worden opgenomen in een wervingsreserve, zonder onderscheid. Het lijkt hierbij echter niet de bedoeling te zijn geweest om een kruiselingse interne mobiliteit te creëren, gelet op de principiële functiescheiding tussen secretaris en financieel beheerder, die ook geldt in het decreet lokaal bestuur.

 

VIII. Diverse vragen

82. Als iemand beschikt over een deeltijdse aanstelling in twee verschillende lokale besturen en er volgt een aanstelling als directeur in één van de besturen, blijft de aanstelling in het andere bestuur dan deeltijds doorlopen?

De deeltijdse aanstelling als secretaris of financieel beheerder in het andere bestuur zal slechts blijven doorlopen totdat in dat bestuur een algemeen of financieel directeur -al dan niet deeltijds- werd aangesteld. Ook binnen het andere bestuur zal de procedure tot invulling van de directeursfunctie doorlopen dienen te worden.

83. Heeft de deeltijdse prestatiebreuk gevolgen bij een aanstelling als directeur. Kan men van deeltijds naar voltijds gaan?

De overgangsbepalingen zeggen enkel dat de aanstelling telkens geschiedt met behoud van het dienstverband. Over de prestatieregeling wordt niets bepaald. Gezien algemeen sprake is van de “titularis” van het ambt, komen ook deeltijdse functiehouders in aanmerking voor de functie van directeur.

Het lijkt daarbij aan de gemeenteraad toe te komen om de prestatieregeling van de nieuwe directeursfuncties te bepalen. Sinds het decreet van 3 juni 2016 beslissen de gemeenten immers autonoom of de decretale ambten voltijds of deeltijds worden uitgeoefend.

84. Wat als er twee waarnemende functiehouders zijn?

Een waarnemende functiehouder wordt niet als een “titularis” van het ambt beschouwd. In dat geval zal artikel 582 DLB toegepast dienen te worden, met invulling van het ambt via aanwerving of bevordering.

85. Zijn dadingen mogelijk?

Het decreet lokaal bestuur grijpt niet in op de bestaande mogelijkheid om dadingen met personeelsleden af te sluiten. Overeenkomstig artikel 41, tweede lid, 17° DLB blijft het aangaan van dadingen met personeelsleden naar aanleiding van een beëindiging van het dienstverband een delegeerbare bevoegdheid in hoofde van de gemeenteraad uitmaken. Deze bepaling treedt echter pas vanaf 1 januari 2019 in werking. Vóór die datum gelden in dat verband artikel 43, §2, 19°, Gemeentedecreet en artikel 52, tweede lid, 21° OCMW-decreet. 

Deze teksten creëren geen andere rechten of verplichtingen dan die welke voortvloeien uit de wettelijk goedgekeurde en bekendgemaakte teksten.

Bovenvermelde vragenlijst met antwoorden vormt een interpretatie van de overgangsbepalingen en is gebaseerd op de decretale teksten en bijhorende memorie van toelichting. Bij onduidelijkheden of ruimte voor interpretatie werden maximaal de doelstellingen van de decreetgever voor ogen gehouden.

1* In Voeren en de faciliteitengemeenten rond Brussel zal dat ook na de inwerkingtreding van het decreet lokaal bestuur in 2019 niet het geval zijn.

Meer info?
Contacteer Cies Gysen

Advocaat-vennoot
Tel. 015/40.49.40 of cies.gysen@gdena-advocaten.be