De erkenningsvereiste in hoofde van aannemers bij zogenaamde ‘complexe opdrachten’

29 mei 2024

In het arrest nr. 258.578 van 25 januari 2024 spreekt de Raad van State zich uit over de erkenningsklasse van aannemers binnen een zogenaamde ‘complexe opdracht’. Zodra binnen eenzelfde opdracht werken van verschillende aard dienen uitgevoerd te worden, die de coördinatie van verschillende bouwtechnieken vereisen, mag een algemene erkenningscategorie gevraagd worden.

Het louter vallen van werken onder verschillende ondercategorieën verhindert niet dat deze in hun totaliteit onder een hoofdcategorie geplaatst kunnen worden en dat aldus - voor het bepalen van de te vragen erkenning aan de inschrijvers - deze hoofdcategorie gebruikt kan worden.

Bij het plaatsen van een overheidsopdracht voor werken had Toerisme Vlaanderen het voorwerp van de opdracht bepaald als “Renovatie dak en riolering jeugdherberg De Fiertel in Ronse”.

Uit het bestek bleek dat de opdracht echter ruimer was, aangezien onder meer ook het verwijderen van asbest, het plaatsen van regenwaterputten en riolering evenals de aansluiting op de elektriciteit voorzien werden.

In het kader van de kwalitatieve selectiecriteria dienden de inschrijvers volgens het bestek een bewijs van erkenning als aannemer in categorie D (klasse 4) bij te voegen.

De opdracht werd gegund aan de BV Algemene Bouwwerken Sadones, die een erkenning in de categorie D (klasse 5) had toegevoegd.

Verzoekende partij diende een erkenning D12 (klasse 5) in.

De gegunde inschrijver had volgens verzoekende partij nooit geselecteerd mogen worden, aangezien de vereiste erkenningsklasse D12 (‘niet-metalen en niet-asfaltbedekkingen’) had moeten zijn. Verzoekende partij benadrukte dat de toepasselijke categorie en klasse immers afhankelijk zijn van het werkelijke voorwerp en van de werkelijke omvang van de opdracht.

Ter staving van haar bewering dat het grootste deel van de werken kwalificeert als dakwerken, voert verzoekende partij aan dat dit blijkt uit de meetstaat met ingevulde prijzen die zij bij haar offerte heeft gevoegd. Hierin worden de werken die onder klasse D12 vallen door verzoekende partij begroot op 35,82% van het totaalbedrag.

Tevens kan volgens verzoekende partij uit de bepalingen van het bestek niet worden afgeleid dat het om een complexe opdracht “omvattend de bouw of vernieuwbouw van gebouwen en bouwwerken allerhande en dit tot en met hun volledige afwerking” zou gaan, gezien het louter om de renovatie en isolatie van het dak en het plaatsen van regenwaterputten gaat.

Toerisme Vlaanderen voerde volgens de Raad van State echter terecht aan dat zowel uit het bestek als uit de posten in de samenvattende meetstaat blijkt dat het om een opdracht gaat die veel ruimer is dan het louter installeren van dakpannen en/of leien, waarvoor ondercategorie D12 staat. Het gaat volgens de Raad op het eerste zicht om een complex geheel van uitvoering van werken van verschillende aard, wat daarenboven de coördinatie van verschillende bouwtechnieken vereist.

Uit diezelfde meetstaat blijkt overigens dat de werken uit zes delen bestaan, elk verschillend van aard en dus binnen een andere ondercategorie, waardoor hierover geen discussie kan bestaan.

Voorts oordeelt de Raad van State dat uit de door verzoekende partij zelf aangevoerde meetstaat blijkt dat 64,18% van de werken precies andere werken zijn dan die waarvoor een erkenning D12 vereist is.

De Raad van State besluit dat uit het geheel van elementen blijkt dat het om een complexe opdracht gaat die aldus terecht onder de “algemenere” categorie D werd geplaatst, waardoor de gekozen inschrijver wel degelijk geselecteerd kon / mocht worden.

***

Het bepalen van de juiste erkenningscategorie en -klasse is niet steeds een evidentie. De erkenningsreglementering – die van openbare orde is – moet samen worden gelezen met de regelgeving inzake overheidsopdrachten.

GD&A Advocaten helpt u graag verder ingeval van vragen en/of onduidelijkheden.