NIEUWSFLASH: Wijziging Overheidsopdrachtenwet en Concessiewet!

31 mei 2022

In het Staatsblad van 30 mei 2022 werden wijzigingen van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten (hierna: Overheidsopdrachtenwet) en van de wet van 17 juni 2016 betreffende de concessieovereenkomst (hierna: Concessiewet) gepubliceerd.

Bepaalde wijzigingen hebben directe gevolgen! Wij bezorgen u in deze nieuwsflash een overzicht van de belangrijkste wijzigingen.

Bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen

De grootste wijziging betreft de omzetting van de richtlijn 2019/1161/EU inzake de bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen.

Zo komen er drie nieuwe definities bij in artikel 2 Overheidsopdrachtenwet, met name ‘voertuig’, ‘schoon voertuig’ en ‘emissievrij zwaar bedrijfsvoertuig’. Daarnaast worden er nieuwe bepalingen (o.a. minimumstreefcijfers) ingevoegd met betrekking tot deze thematiek. Hiermee dient rekening te worden gehouden bij opdrachten met betrekking tot uw wagenpark.

Het KB van 20 december 2010 inzake de bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen in het kader van overheidsopdrachten wordt hiermee opgegeven.

Facultatieve uitsluitingsgronden

In artikel 69 Overheidsopdrachtenwet en artikel 52 Concessiewet wordt tussen het tweede en derde lid een lid ingevoegd.

Wanneer een facultatieve uitsluitingsgrond[1] bestraft werd door middel van een besluit van een administratieve of gerechtelijke autoriteit, dan wordt de termijn van drie jaar berekend vanaf de datum van dit besluit.

De aanbestedende overheid kan echter een beslissing tot uitsluiting nemen voorafgaand aan de beslissing van de bevoegde autoriteit, voor zover alle voorwaarden daartoe vervuld zijn, met inbegrip van de voorwaarde omtrent de berekening van de termijn van drie jaar.

Corrigerende maatregelen

In het tweede lid van artikel 70 Overheidsopdrachtenwet, dat betrekking heeft op het bewijs van corrigerende maatregelen, worden de woorden ‘op eigen initiatief’ opgeheven.

Wat betreft de verplichte uitsluitingsgronden moet de kandidaat of inschrijver voortaan, bij aanvang van de procedure, op eigen initiatief aangeven of hij corrigerende maatregelen heeft genomen. De aanbestedende overheid moet in de opdrachtendocumenten aangeven dat deze paragraaf van toepassing is.

Wanneer de aanbestedende overheid overweegt om een in artikel 69 bedoelde facultatieve uitsluitingsgrond in te roepen, geeft hij voortaan aan de kandidaat of inschrijver de mogelijkheid om corrigerende maatregelen aan te dragen in de loop van de plaatsingsprocedure. Dit is eveneens het geval indien hij geen verwijzing naar corrigerende maatregelen heeft opgenomen in zijn UEA. Een aanbestedende overheid kan hiervan wel afwijken in de opdrachtdocumenten.[2]

Deze wijziging heeft eveneens betrekking op artikel 53 Concessiewet.

Overige wijzigingen

Er wordt een nieuw artikel 87/1 Overheidsopdrachtenwet en artikel 58/1 Concessiewet ingevoegd met betrekking tot derdenrechten op schuldvorderingen.

Daarnaast zal er een Comité inzake het bestuur van overheidsopdrachten en concessies worden opgericht. Dit Comité zal bijstand verlenen met betrekking tot de rapportageverplichtingen naar de Europese Commissie.

Overigens zijn er nieuwe bijlagen ingevoegd, met name V (uitbreiding CPV-codes), VI (emissiedrempels voor schone lichte bedrijfsvoertuigen) en VII (minimumstreefcijfers).

Inwerkingtreding

Opgelet: de wetswijzigingen treden niet allemaal gelijktijdig in werking.

Bepaalde regels zullen onmiddellijk in werking treden, andere niet.

Bovendien is de toepassing van sommige bepalingen afhankelijk van de bekendmakingsdatum van de overheidsopdracht of de concessieovereenkomst.

Opletten geblazen dus!

GD&A Advocaten volgt de impact van deze wijzigingen verder op en staat paraat om uw lokaal bestuur hierin bij te staan.


[1] Althans voor wat betreft de gedragingen die vallen onder de in het eerste lid, 1°, 3°, 4°, 8° of 9°, bedoelde uitsluitingsgronden!

[2] Vereisen dat de corrigerende maatregelen op eigen initiatief van de kandidaat of inschrijver worden gemeld bij aanvang van de plaatsingsprocedure. In dat geval vermeldt de aanbestedende overheid voor welke facultatieve uitsluitingsgronden deze afwijking van toepassing is en kan hij de draagwijdte van de afwijking nader bepalen. Als hierover onduidelijkheid is, bezit de kandidaat of inschrijver de mogelijkheid om corrigerende maatregelen aan te dragen in de loop van de plaatsingsprocedure.